Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
7. Ik maak een opstel. De timmerman bouwt een huis. Wij
schrijven een' brief. Dien man veracht iedereen. Zij betrachten
hun' plicht. Dit boek bevalt mij. De vorst schonk dien huiche-
laar zijn vertrouwen. De wind ontrukte den boom een' tak.
Hij ontroofde die erfenis aan de rechthebbenden. Voor ons
was dat bericht onbegrijpelijk; voor hem was het duidelijk.
De bepalingen van 't gezegde, die in deze volzinnen voorkomen,
kunnen niet gemist worden. Had de spreker ze weggelaten, dan
zou de hoorder onmiddellijk bemerkt hebben, dat er iets aan
den zin ontbrak. Wel kan 't gebeuren, dat de spreker zulk eene
bepaling eene enkele maal weglaat, bijv. wanneer hij op de
vraag: Wat doet gijl antwoordt: Ik schrijf; ik lees, maar dan
heeft hij zijne gedachte niet geheel willen of behoeven uit te
drukken.
De noodzakelijke aanvullingen van 't gezegde heeten
voorwerpen.
In de zinnen i—5 antwoorden de bepalingen van 't gezegde
op de vraag: wien ? of wat 1 Zij beteekenen een' persoon of eene
zaak, die door de werking ontstaat, of die de werking onder-
gaat. In beide gevallen heet de bepaling lijdend voorwerp
of eenvoudig voorwerp.
In de zinnen 6—10 geven de woorden mij, dien huichelaar,
aan de rechthebbenden, voor ons, voor hevi antwoord op de
vragen: aan wien? voor wien? waaraan? waarvoor? Zij be-
teekenen de personen of zaken, tot wier voor- of nadeel iets
geschiedt of zoo is. Zulke bepalingen heeten belanghebbend
voorwerp.
7* De knaap hoopte op e^e belooniny. Hij vroeg om vergiffenis.
Ik vreesde voor straf. Hebt gij aan die boodschap gedacht? Gij
kunt u op mij beroepen. Schaam u over zulk een- gedrag. Hij tvas
zeer ingenomen met uw bezoek.
De bepalingen van 't gezegde in deze zinnen zijn mede nood-
zakelijke aanvullingen van het gezegde. Men vergelijke
ze slechts met bepalingen, als voorkomen in: De bloemen bloeien
in den tuin. Gisteren is hij vertrokken. Het meisje schreide om
hare pop, enz.
Die noodzakelijke aanvullingen heeten oorzakelijke voor-
1*