Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
werelddeel verhuizén^ 3. Een arm land zal meti niet zoo
spoedig groote sommen leenen. 4. In een a/rm land behoeven
de bewoners nog niet ongelukkig te zijn.
De tweede naamval onz. enkelv., voorafgegaan door 't lid-
woord een, wordt weinig of niet gebruikt.
Meervoud
Voor alle geslachten.
I. De frmiie eiken werden omgehouwen. 2. De trottoirs
der breede straten waren in orde gemaakt. 3. Hij onthield den
a/runen, kinderen zijnen bijstand niet. 4. Zij hieuwen de
fraaie eiken om.
Enkelvoud
Zonder Lidwoord.
I. Goede wijn (m.), goede likeur (v.) en goed bier (o.)
zijn bij dien koopman verkrijgbaar. 2. ontbreekt. 3. Goeden
wijn, goede likeur en goed bier geeft gij toch ook zeker de
voorkeur boven dranken van mindere qualiteit. 4. Zijne kelders
zijn gevuld met goeden wijn, goede likeur en goed bier.
Meervoud
Voor alle geslachten.
I. Groote onheilen hebben dat volk getroffen. 2. ontbreekt
3. G^'OOten onheilen dankt men vaak groote verbeteringen.
4. Bij groote onheilen komt de weldadigheid van onze natie
krachtig uit.
107. Uit de bovenstaande voorbeelden blijkt:
Het bijvoeglijk naamwoord bekomt eene n, wan-
neer het lidwoord s of n (en) bekomt.
108. Wanneer de woorden: een, geen, eenig, menig, ieder
elk, zeker, welk voorafgaan, heeft het mannel. enkelv. in den
I®» en naamv. soms tweeërlei vorm. Dit is 't geval bij de
namen van personen. Drukt het bijvoegl. naamw. eene hoedanigheid