Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
3. Het Bijvoeglijk Naamwoord.
106. Het bijvoegl. naamw. komt met het zelfst.
naamw., waarbij het behoort, overeen in geslacht,
getal en naamval. Wanneer het bijvoeglijk naamwoord vóór
het zelfst. nw. staat, wordt het verschillend verbogen, naarmate
het wordt voorafgegaan door 't lidwoord de, een, of wel geen
lidwoord voor zich heeft. De verbuiging is als volgt:
Mannelijk Enkelvoud.
I. De fraaie eik is omgehouwen. 2. De kroon des f Taaien
eiks is door den storm vertiield. 3. De storm ontroofde
den fraaien eik zijne krooii. 4. De houthakker velde den
fraaien eik.
I. Een fraaie eik werd omgehouwen. 2. De kroon eens
fraaien eiks werd door den storm vernield. 3. De storm
ontroofde eenen fraaien eik zijne kroon. 4. De houthakker
velde eenen fraaien eik.
Vrouwelijk Enkelvo^id.
I. De hreede straat werd opgebroken. 2. De trottoirs der
breede straat waren nog in orde. 3. Men schonk de breeds
straat een nieuw plaveisel. 4. In de breede straat verspreid-
den zich de oproermakers.
I. Er werd eene b^^eede straat aangelegd. 2. De huizen
eener breede straat behoeven geen gebrek aan licht te hebben.-
3. Eene breede straat zal ieder wel de voorkeur geven boven
eene nauwe. 4. Ons huis staat in eene breede straat.
Onzijdig Enkelvoud.
I. Het gansche land was ontevreden over de regeering.
2. De volksvertegenwoordiger behoort de belangen des ga/nschen
lands in V oog te houden. 3. Dat besluit bracht het gansche
land voordeel aan. 4. Ik heb het gansche land doorreisd.
I. Een arm, land kan zulk een' oorlog niet volhouden. 2.
\yaak ziet men de bewoners eens armen lands naar een ander