Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
volkomen klinker, een tweeklank of een' onvolkomen
klinker, die in 't meerv. volkomen wordt, dan verandert hij
in V of z: graven (v. graaf), weezen, dieven, stoven, reuzen,
hoeven (volkomen kl.), duiven, reizen (tweekl.), graven (v. graf),
hoven (volk. kl. uit onvolk. kl.).
Maar de f en s behouden: pausen, sausen, kousen; kruisen,
struisen, telegrafen; spiesen en poesen. Vleesch heeft meerv.
vleezen.
2. Wordt de f of s voorafgegaan door 1, m, n, r, dan
verandert zij mede in v of z: golven, halzen; korven, gorzen;
ganzen, gemzen. Doch de f en s blijft in: triomfen, nimfen;
polsen, walsen; kaarsen, kersen, persen; koersen, floersen,
schorsen, marsen; balansen, dansen, glansen, kansen , kransen ,
lansen, schansen, transen, prinsen, sponsen.
Let op 't verschil tusschen glansen (zelfst. naamw.) en glanzen
(werkw.) en glanzig (bijvoegl. naamw.)
lOé. Eigennamen vormen hun meervoud door s, 's of en;
door s onder dezelfde omstandigheden, waaronder de soortnamen
s bekomen: de Vondels, De Ruyters, Van Kossems, Evertsens,
Dekkers, Molenaars, enz.; door 's, wanneer ze op een' klinker
eindigen: de Oranje's, Thorbecke's, Otto's, enz.; in alle andere
gevallen kiijgen ze en: de Trompen, De Witten, Egmonden, enz.
105. Verzamelnamen, die eene bepaalde hoeveelheid
aanduiden, en namen van maten, gewichten en munten
worden, in plaats van in 't meerv., in 't enkelv. gebruikt, wan-
neer zij worden voorafgegaan door bepaalde hoofdtelwoor-
den en men de genoemde hoeveelheid als één geheel beschouwt:
twee paar menschen, vier dozijn lepels, vijf gros pennen; acht
honderd, duizend, millioen inmoners; vier riem, boek, vel
papier; zeven pond, ons, lood, vat, kan, last, mud, el, palm;
"''ijf gulden. Maar altijd schrijft men: zes wichtjes, maatjes,
rijksdaalders, kwartjes, stuivers, cents. Men maakt dus onder-
scheid tusschen twee mudden tarwe en twee mud tarwe, tauschen
vier guldens en vier gulden, enz. en schrijft altijd: eenige,
vele, enkele mudden, vaten, honderden, guldens, enz. 't Meer-
voud van cent is dan centen.