Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
redevoeringen. Vloo en koe hebben 't meerv. vlooien, koeien.
Kleinood en sieraad hebben gewoonlijk kleinooden en sieraden,
maar ook enkele malen kleinoodien, sieradiën.
100. Samenstellingen met man, die een beroep beteekenen,
hebben in 't meerv. lieden of lui: voerman, voerlieden; iimmer-
7nan, timmerlui. Staatsman heeft ook in 't meerv. staatslieden.
Doch Oranjeman, Noorman, blindeman, leenman hebben in
't mv. -mannen. Muzelman heeft Muzelmannen.
Samenkoppehngen van woorden, als titels gebruikt, hechten den
meervoudsuitgang aan 't eerste deel, aan 't laatste of aan beide:
luitenant-generaals, sergeant-majoors, schout-bij-nachts ol schou-
ten-hij-nacht , gouverneurs-generaal, kapiteins-kwartiermeesters.
101. Verandering van klinkers in 't meervoud heeft
plaats in de volgende gevallen:
a verandert in e: stad, steden; 1 verandert in e: schip,
smid, lid, gelid, rif, spit, split, rav. schepen, smeden, ge-
lederen enz. Maar rif blijft riffen in den zin van klippen en
geraamten: In die zee vindt men vele koraalriffen. Er lagen
twee paarderiffen op het veld. Rif in den zin van plooi in
V zeil heeft reven (enkelv. ook reef). Spit heeft speten (bijv.
braadspeteri) en spitten: In drie spitten heeft hij een groot gat
gemaakt. Split heeft spleten, maar dit laatste is ook het meerv.
van spleet (scheur, kloof). Lidmaat van een kerkgenootschap
heeft lidmaten; ledematen is het meerv. van lid voor de armen
en beenen: de bovenste en onderste ledematen.
De woorden op -heid hebben in 't meerv. -heden: waarheid,
waarheden.
102. Verdubbeling van den slotmedeklinker heeft
plaats, wanneer deze onmiddellijk wordt voorafgegaan
door een' onvolkomen klinker, die in 't meerv. onvol-
komen blijft: katten, petten, ritten, rotten, putten.
Let nog op: Er zijn verscheidene jongens- en meisjesspelen.
Wij hebben in een half uur zes spellen gedaan. De spellen en
kramen stonden dicht bijeen.
103. Verandering van den slotmedeklinker heeft
plaats in de volgende gevallen:
I. Is die medeklinker eene f of s, voorafgegaan door een'