Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
Bij den apotheker kan men oogwaters en reukwaters
bekomen; zijn buurman verkoopt allerlei minerale wateren.
De Zeeuwsche wateren waren meermalen getuige van eefi'
dapperen strijd.
De wortels van dien kolossalen boom heeft men in den
^rond laten zitten. De storm rukte den eeuwenheugenden eik
met al zijne wortelen uit den grond. Tn den patriottentijd
moesten de groentevrouwen de oranjekleurige wortelen onder
de spinazie en zuring leggen.
De beide zoons, dochters van den heer A. zijn naar
het buitenland vertrokken. Neerlands zonen en do chter en
waren vol geestdrift voor de zaak der omwenteling.
98. Eenige onzijdige zelfst. nw. vormen hun meervoud door
ers of eren: been, blad, ei, hoen, kind, lam, rund; andere
hebben alleen eren: gemoed, gelid, goed, lied, rad; enkele
hebben en of eren: kalf en volk. Soms is er verschil van
beteekenis: De b e e n e n van den soldaat waren afgeschoten.
De honden kluiven de b e enen. De beenderen van
menschen en dieren vormen het geraamte.
De k l e e d e n in de voor- en achterkamer moeten opgeno?nen
worden. Zijne kleederen waren doornat.
De bladen van dat boek zitten vol ezelsooren. De blade-
ren dezer roos zijn lichtrood. De kelkbladen zijn groen.
Men lette verder nog op: Het loof, loover der boomen
heeft door den storm veel geleden. Men had ter eere van het
bruidspaar overal zilveren loover s aangebracht.
De roeiers sloegen de sp ati e n met kracht in het water.
Waar gehakt wordt, vallen spaanders.
Men gebruikt de meervouden: bladertjes naast blaadjes, lam-
mertjes naast lammetjes, eiertjes naast eitjes, hoendertjes naast
hoentjes, kindertjes naast kindjes, en maakt onderscheid tusschen
de kleedjes van den vloer of der boerinnen en de kleer-
tjes der kinderen.
99. Alle zelfst. nw., die niet boven behandeld zijn, vormen
hun meervoud door middel van en. Lende en rede (redevoering)
hebben lendenen en (lijk-, \eex-)redenen; is het niet met een
ander woord samengesteld, dan gebruikt men voor het laatste: