Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
95. Men vormt het meerv. door s bij de zelfet. nw., die eindigen op:
1. el, em, en, er; aar, ier, aard, erd; je, ke, ken,
kijn, lijn, age: hevels, bezems, wagens, lezers, dienaars,
kruideniers, grijsaards, lomperds, boekjes, stokskes, kinderkens,
gaardekijns, maagdelijns, stellages.
2. een' volkomen klinker: ra, raas; vla, vlaas; eega, eegaas;
massa, massa's; canapé, canapfs; paraplu, paraplu's. Maar
de woorden op ee krijgen en: zeeën, theeën, reeSn. De woorden
op le krijgen s of n, wanneer de klemtoon niet op ie valt;
en, wanneer de klemtoon er wel op valt: bezien, tralies of
traliën, provincies of provinciën, daarentegen: knieën, drieln,
genieën, melodieën , harmonieën, enz.
Men lette op 't verschil tusschen raas, vlaas, eegaas, die Neder-
landsche, en massa's enz., die vreemde woorden zijn.
3. De woorden op or hebben s of en: professors of pro-
fessoren; die op ier en eur hebben s, wanneer zij namen van
personen; en, wanneer zij namen van zaken zijn: portiers
(van gebouwen) en portieren (van rijtuigen), viziers (in Turkije)
en vizieren (van helmen), mineurs (in het leger), humeuren
(van menschen). —■ Maar men heeft: officiers en officieren;
directeurs en directeuren.
4. Militaire titels hebben mede s: korporaals, sergeants,
kapiteins, generaals. Maar adjudants en adjudanten.
5. Nog hebben s de Nederlandsche woorden: maats (makkers),
koks, ooms, zoons of zonen, smids of smeden; bruigoms,
gemaals of gemalen (echtgenooten), vaandrigs en bunzings.
96. Wanneer een woord nu eens zijn meervoud vormt door
s en dan weer door en, is de vorm op en gewoonlijk deftiger
dan die op s. Zoo zegt men: Wij hebben appels of appelen
geplukt, maar: Zijne woordeti waren als gouden appelen in
zilveren schalen. Zij verkoopen stalbezems en Het huis werd
tnet bezemen gekeerd. De vogels zaten in de kooi en De vogelen
hieven een loflied aan ter eer van God. De dienaars van den
graaf en de dienaren der Inquisitie. De litteekens in zijn
gelaat en de teekenen der tijden. Wij plukten twee lelies en
Zie de leliën op het veld, zie, hoe schoon ze bloeien. De leeraars
dier school en de leeraren der gemeente.