Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
rivieren eene andere bedding. 4. Me7i zorgde zeer slecht voor
(Ie rivieren.
Onzijdig Meervoud.
I. De. landen waren dicht bij elkaar gelegeii. 2. De voort-
brengselen der landen werden overal heen gezonden. 3. De
vrede verschafte Hen landen nieuwen voorspoed. 4. In Cle
landen dier vorsten treft Tnen niet veel welvaart aan.
Gelijk mea ziet, is de verbuiging van het lidwoord dezelfde
voor alle geslachten.
92. Sommige zelfetandige naamwoorden worden alleen in
't meervoud gebruikt. Dit zijn: voorouders, lieden, gebroeders,
gezusters, gelieven ; hersenen, mazele7i, 7netten, kosten, onkoste7i
en verzenen; Alpen, Pyreneeën, Maldiven, Balearen, enz. Ge-
woonlijk zijn meervoudig: ouders, pokken en zeden.
Metten, een oude naam voor den vroegdienst in de Kath.
kerk, wordt als meervoud opgevat in de uitdrukkingen: Korte
7netten met iets maken (weinig omslag maken) en iemand de
7netten lezen (iemand scherp doorhalen). Dikwijls hoort men voor
7netten in deze zegswijzen verkeerdelijk wetten zeggen, 't Enkelvoud
van kosten komt alleen voor in de uitdrukking: ten koste van iets.
Verzenen (hielen) wordt gebruikt in: de verzenen tegen de prikkels
slaan (zich vruchteloos verzetten tegen eene macht, die boven
iemand staat).
Van ouder komt 't enkelvoud voor in: van ouder tot ojider en
van ouder tot kind. Ook in een' zin als dezen: 't Is hard voor
ee7i' ouder, wanneer de kindere7i zijne goede bedoelingen 7nis-
ken7ien. Zede in 't enkelvoud beteekent gewoonte, gebruik:
Schoon op-en-top ee7i nieuwerwetsch mensch geworden, hand-
haafde hij in dit opzicht de oude zede.
93. Naar men reeds boven zal hebben opgemerkt, wordt het
meervoud der zelfst. nw. niet altijd op dezelfde wijze gevormd.
De uitgangen voor 't meervoud zijn: n, en, s, ers, eren.
94. Men vormt het meervoud door n bij de zelfst. nw., die
op eene toonlooze e eindigen: boden, bedienden, groenten,
hoogten, gebergten, gedierten, enz. Doch vreemde woorden
krijgen s: tantes, modes; ook wel het Nederlandsche lentes.