Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
teen uitroep, die denzelfden dienst doet als psil hm! en derge-
liijke klanken.
Jan lachte. God regeert. Willems vader is gestorven. In
. den tuin van mijtC oom staan vrtichthoomen. Hij schreef ons
< een^ zeer langen brief over die zaak.
Onderwerp en gezegde kunnen bestaan uit één of meer deelen.
'Bestaan zij uit meer dan één deel, dan dient het eene, om
eene nadere bijzonderheid aan te geven van het andere; het
'dient dan om het andere, het hoofddeel, te bepalen en heet
idaarom bepaling.
Eene bepaling kan zelf weer eene bepaling, onderbepaling,
in zich bevatten.
Welke bepalingen komen in bovenstaande zinnen voor en wat
bepalen zij?
Bepalen is eigenlijk met palen omringen, dus beperken,
begrenzen. Bij 't hooren van 't woord -vader kan men mn eiken
vader; bij uw vader slechts aan één' vader denken. Zegt men: Ik
fvandel^ dan kan men er bij denken: op straat^ in den tuin^ in
de kamer ^ maar voegt men er bij in het hosch^ dan wordt de
gedachte aan alle andere plaatsen buitengesloten.
5. Wij zullen bij de ontleding de hoofd deelen van onder-
werp en gezegde kortweg onderwerp en gezegde noemen.
6- Grootvader is ziek. Zijn neef is telegrafist geworden.
Dat schijnt een lief kind. Die knaap heet aardig; hij isvalsch.
Dit blijft een moeilijk werk. Mijn broer wil dokter worden.
In deze volzinnen wordt van het onderwerp gezegd, hoedanig
het is of wat het is^ wordt^ blijft^ schijnt^ heet^ enz.; daarin
wordt dus eene hoedanigheid, een toestand of eene be-
trekking aan het onderwerp toegekend. De woorden, welke
deze hoedanigheid, dezen toestand of deze betrekking uitdrukken,
zijn geene bepalingen, maar deelen van het gezegde.
Zegt men: Grootvader slaapt^ dan heeft men iqï^ yqxigrootvader
gezegd; zegt men: Grootvader ts, dan weten we nog niets: ziek
behoort dus tot het gezegde. Wel kunnen de woorden is^ blijft ^
enz. alleen het gezegde uitmaken, bijv. in: Er is brand. Willem
blijft drie weken hier» De zon schijnt^ maar dan hebben ze eene
andere beteekenis, dan in de bovenstaande zinnen.