Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
graaf, heer, hertog, tnensch, paus, prins, profeet, en soms
knaap. Zoo ook alle mannelijke woorden op e, als: bediende,
bode, getuige, en dus ook de bijvoegl. naamw., als mannel.
persoonsnamen gebruikt: de wijze, rijke, arme, enz. Eindelijk nog
het onz. woord hart. Derhalve: des graven, menschen, boden,
rijken, des harten, enz.
Wanneer het zelfst. nw. in den 2en naamval eene n of en
krijgt, zegt men, dat het zvrak wordt verbogen.
Buiten den deftigen stijl en altijd, wanneer een mannel. of
onz. woord op een' sisklank of te eindigt, omschrijft men den
261 naamv.: van den pols, van den glans, van het glas, van
het gebergte, enz.
De tweede naamv. van eigennamen van personen wordt gevormd
door s, 's of '. Bij voornamen of zeer bekende geslachtsnamen
bezigt men s: Willems boek. De Ruyters heldendaden; bij
namen, die op een' klinker eindigen of familienamen 's: Maria's
broeders; Mulder's dochters. Eindigt de naam op een' sisklank,
dan gebruikt men alleen ': Appelles' schilderstukken. Aardrijks-
kundige namen krijgen s: Neerlands onafhankelijkheid, doch
eindigen ze op een klinker 's: Java's wondertuin; eindigen ze
op een' sisklank, dan wordt de tweede naamv. omschreven: het
meer van Constanz.
91. De vormen van het zelfst. nw. zijn in 't meerv. voor alle
naamvallen dezelfde; alleen de woorden, die er voor staan,
veranderen. De verbuiging is:
Mannelijk Meervoud.
I. Ue woekeraars trachten hunne schatten te vermeerderen.
2. De hebzucht dev woekeraars is onverzadelijk. 3. Men
ontroofde den woekeraars hunne schatten. 4. Elk rechtschapen
mensch veracht de woekeraars.
Vrouwelijk Meervoud.
I. De rivieren besproeien het land. 2. De armen de^'
rivieren omvatten eene vruchtbare streek. 3. Men schonk den