Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
heelen zomer buiten geweest. D£ kamer was zes meter hoog,
vier 7neter breed en zeven meter lang. Het eene pak woog
tien kilogram; het andere was acht kilogram zwaar. Het
boekje kostte eenen halven gulden en het was geen kwartje
waard.
4®, wanneer het voorkomt als bijstelling bij een zelfet. nw.
in den naamval: Kent gij Gitje, onze naaister ? Hij is er
heengegaan met Karei, zijn' oudsten zoon.
Er zijn sommige werkwoorden, welke naast het ladend voor-
werp nog een zelfst. nw. krijgen, dat de hoedanigheid of de
betrekking beteekent van dat voorwerp; dat zelfst. nw. staat
ook in den 4en naamval: Men noemde hem eenen lafaard. Men
achtte, rekende dit eenen verkeerden maatregel. Men prees dien
zeeheld den redder des vaderlands. De oproerlingen scholden den
celdheer eenen verrader. Ik vind Jan eenen vervelenden jongen.
De winkelier maakte dien jongen eersten bediende. Men stelde
hem aan als tweeden klerk.
Wanneer die werkwoorden in den lijdenden vorm gebracht
worden, en dus het lijdend voorwerp tot onderwerp wordt,
zullen die zelfst. nw. de hoedanigheid of betrekking van het
onderwerp uitdrukken; daarom staan ze dan ook in den len
naamval: Hij werd een lafaard genoemd. Dit werd een vev'
keerde maatregel geacht, gerekend. Hij werd de redder des vader-
lands geprezen. Hij werd aangesteld als eerste klerk.
89* Er zijn sommige bijvoeglijke naamwoorden, die een zelfst.
naiimw. of voornaamw; in den 4en naamv. bij zich krijgen als
oorzakelijk voorwerp: Hij was zijne beurs kwijt. Ik ben
die drukte niet gewoon. Wij werden hem van verre reeds gewaar.
Men is hier zijn leven niet veilig.
ÏK). Daar de zelfst. nw. meestal worden voorafgegaan door
een lidwoord, willen wij de vormen der zelfst. nw. behandelen
in verband met die der lidwoorden. Wij krijgen dan voor het
Man?ielijk Enkehwua.
I. De woekeraar vermeerderde steeds zijne schatten. 2. De
hebzucht ÜSS woekeraars kende geene grenzen. 3. Dat toeval