Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
oogenblik (O.), dat de tijdruimte beteekent, welke noodig is
voor een' blik der oogen; hutspot, dat V. is als stofnaam; voor-
schoot (O.), dat geene soort van schoot beteekent; wolfsklauw,
slangenwortel, eereprijs, die V. zijn als plantnamen. Zoo is
maankop alleen mannelijk, wanneer het de zaaddoos van de
papaver beteekent; als plantnaam is het V., als naam van een
slaapwekkend middel O. Booswicht is als mansnaam M.
Daarentegen zijn werkelijke uitzonderingen: kerkhof (O.),
daar hof in dit woord oorspronkelijk tuin beteekende en het dus
M. behoorde te zijn, en tijastip (O.) naast stip (V.).
83. Een zelfstandig naamwoord kan door verschillende vormen
aanduiden, of men er ééne of meer zelfstandigheden mede bedoelt:
man, mannen, huis, huizen. In het eerste geval zegt men, dat
het zelfetandig naamw. in 't enkelvoud staat, in 't laatste
geval, dat het in 't meervoud staat. Enkelvoud en meervoud
heeten de beide getallen der zelfstandige naamw.
Door de getallen der zelfstandige naamw. verstaat men dus
de vormen, die aangeven, of het zelfst. naamw. ééne
of meer zelfstandigheden beteekent.
De woorden, die bij de zelfstandige naamw. behooren, worden
mede verschillend verbogen, naarmate het zelfet. naamw. enkel-
of meervoud is. Men zegt daarom, dat die woorden ook in
't enkelvoud en meervoud kunnen staan: Ik heb den nieuwen
winkel gezien. Ik heb de nieuwe winkels gezien. Hierin staan
nu ook de en nieuw eerst in 't enkel-, dan in 't meervoud.
Is 't onderwerp van een' zin enkelvoud, dan heeft ook 't werk-
woord een' anderen vorm, dan wanneer het in 't meervoud
staat. De vormen, die 't werkwoord zoodoende krijgt, heeten,
zooals wij gezien hebben, mede enkelvoud en meervoud:
De luchtballon stijgt op. De luchtballons stijgen op. Daarom
spreekt men ook bij de werkwoorden van getallen.
84. De koning vaardigde een bevel uit. De ministers des
konings vroegen hun ontslag. De vijand ontnam den koning
zijn rijk. Men eerbiedigde den koning. De koningin vertrok
naar het buitenland. De hofdames der koningin vergezelden
haar. Men bood der koningin een'' fraaien ruiker aan. Hij
boog zeer diep voor de koningin.