Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
schrift, het geschrevene , O.; H. Schrift, V.
sneeuw, letterlijk V.; figuurlijk voor: blankheid, O.
spits, punt, V.; in : het spits afbijten , O.
stof, waarvan iets gemaakt wordt, V.; andere bett. O.
teen , van den voet, M.; takje, V.
traan , in de oogen, M.; van walvisschen, V.
vlak , vlek , smet, V.; vlakte en gehucht, O.
vorst, persoonsnaam , M.; koude en bovenrand van 't dak, V.
want, handschoen , V.; touwwerk , O.
wacht, persoonsnaam , M.; andere bett. V.
zegen , heil, M.; vischnet, V.
zwam , plantnaam , V.; stofnaam , O.
West en Oost, windstreek, O.; West- en Oost-Indie, V.
Bovendien zijn de woorden: grauw, greep, hak, kamp, knip ,
kluif, rol (aan den rol zijn), schop , slag, streek (list), trap ,
val, wip, zucht als begripsnamen (namen van werkingen)
mannelijk, doch:
grauw, gemeen , O. streek , strijking (bijv. eene
greep, handvatsel, mestvork, V. pennestreek), landstreek, V.
hak , hiel, V. trap , voorwerpsnaam , V.
kaïnp, legerplaats, O.; als veld M. (Doch trap =graad\^ M.)
knip , vogelknip , V. val, muizenval, enz., V.
kluif, klauw, V. wip, werktuig, V.
rol, bijv. eene rol papier, eene zucht, ziekte, V. {geelzucht,
rol spelen. ze/a/^r^w^^/)/ook: verlangen
schop , spade , schommel, V. (eerzucht, geldzucht^
slag, soort, knip , O.
79. Zonder verschil van beteekenis hebben een verschillend
geslacht:
fruit, gordijn, hars, mud, maat, die V. en O. worden
gebruikt.
Bovendien zijn: gaard, stond, tred, schred, M.; gaarde,
stonde, trede, schrede, V.
Nog lette men op: keten (V.), ketting (M.), baak (V.), baken
(O.), spaander (M.), spaan (V.), zadel {M. of O.), zadl (O.).
80. Gemeenslachtige zelfetandige naamwoorden zijn die
namen van personen of dieren, welke mannelijk oi vrouwelijk