Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
HOOFDSTUK I.
ONTLEDING VAN DEN VOLZIN.
1. De lente is gekomen. Mijn vriend schrijft mij elke
maand een' brief. Over een jaar zien wij elkander weder.
Willems vader is plotseling ziek geworden.
Zie hier eenige zinnen of volzinnen. Zij bestaan uit eenige
woorden, die dienen, om iemand iets mede tedeelen. Teneinde
dit te doen, heeft de spreker eerst moeten denken. Wat hij
heeft gedacht, heet zijne gedachte. Deze kan in] woorden
worden uitgedrukt.
Kan men ook nog op eene andere wijze, dan door middel vau
woorden, eene gedachte uitdrukken?
2. Wie denkt, laat zijne gedachten gaan over iemand of
iets. In den zin zullen dus één of meer woorden voorkomen,
welke te kennen geven, waarover men heeft gedacht. Dat
woord of die woorden noemt men het onderwerp van den
zin. Wat zijn de onderwerpen van bovenstaande zinnen? /
Wie over iemand of iets denkt, zal daarover ietsjdenken./
Één of meer woorden in den zin zullen dus ook uitdrukken^
wat de spreker aangaande het onderwerp heeft gedacht. Dit hee^t
het gezegde van den zin. Noem de gezegden der bovenstaande
zinnen.
3. Één enkel woord kan een' volzin uitmaken: Kom! Luis-
ter! Let op! Het onderwerp is hier de aangesproken per-
soon, doch in den zin komt geen woord voor^ dat dezen
noemt. Achter wij 't noodig, de opmerkzaamheid van iemand te
vestigen op 'tgeen wij gaan zeggen, dan noemen wij zijn' naam:
Willem, luister! Deze naam van den aangesproken per-
soon is echter niet het onderwerp van den zin; 't is slechts
TERWET, Korte Spraakk. 3e druk. 1