Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
3". de woorden, op held en nis: waarheid, goedheid, be-
kentenis, droefenis. Vullis is O., doch vuilnis is V. Vonnis is
ook O. Getuigenis is O. als het getuigde, V. als het getuigen,
in deftigen stijl ook voor het getuigde.
4°. de woorden op ing en st, van werkwoorden gevormd:
wandeling, herdenking verfraaiing, kunst, gunst, winst.
Mannelijk zijn: dienst, last, twist.
5°. de woorden op schap, wanneer zij een' toestand ot
eene verzameling beteekenen: vriendschap, vijandschap,gram-
schap, vroedschap, de burgerschap, de priesterschap. Doch
beteekenen zij eene waardigheid of een gebied, dan zijn ze
O.: het vaderschap, burgemeesterschap, graafschap. Zoo ook:
het landschap. De Graafschap (Zutfen) is V. Gezantschap,
genootschap, gereedschap, gezelschap zijn O.
6". de woorden op de vreemde achtervoegsels age, ij, el, Ie,
lek, telt; ook die op de Nederl. achtervoegsels Ie en op uw, als:
stellage, plantage, batterij, schilderij, karwei, pastei, har-
monie, melodie, bezie, fabriek, muziek, majesteit, societeit,
schaduw, zeriuw.
Bosschage en persotiage zijn O. Schilderij is O. in gemeen-
zamen stijl. Concilie en evangelie zijn O., genie (geniaal mensch,
talent) is O., genie (wapen) V.
76. Wegens hunne beteekenis zijn onzijdig:
i®. de namen van dieren, die de geheele soort aanduiden,
wanneer er voor 't mannetje en 't wijfje afzonderlijke benamingen
bestaan: rund, hoen, schaap, paard, zwijn naast stier en koe,
haaii en hen, ram en ooi, hengst en merrie, beer en zeug.
Uitgezonderd is: hond M., naast reu en teef.
2°. de namen van jongen van dieren: lam, kalf, veulen,
kuiken; uitgezonderd is bigge, V.
3®. de stofnamen, die niet vrouwelijk of mannelijk zijn:
het diamant, het steen (hardsteen), lei, goud, zilver. Opmerking
verdienen: band, bever, doek, draad, hermelijn, sabel, die als
voorwerpsnamen M., balein, kurk, koraal, pleister, schildpad,
die als zoodanig V. zijn.
4®. de namen van landen, n^westen, steden en dorpen:
het Nederland der 17e eeuw, het machtig Amsterdam. Doch