Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
melk. Worden deze stofnamen tot voorwerpsnamen of zijn ze
oorspronkelijk voorwerpsnamen, dan zijn ze M. Zoo zijn: iurf,
paling, haring, visch M. in: een driehoekige turf, een dikke
paling, twee zalmen, drie visschen, V. in: De turf is van
V jaar duur. Er wordt veel paling, zalm, visch gevangen.
Mannelijke stofnamen zijn er weinig; de voornaamste zijn: honing,
nectar, wijn; inkt, mosterd en azijn.
3°. de namen van bloemen en vruchten: lelie, tulp,
abrikoos, peer, pruim.
Doch woorden, die eigenlijk eene andere beteekenis hebben
en als namen van bloemen worden gebruikt, behouden hun
geslacht: gouden regen (M.), leeuwenbek (M)., aronskelk (V.).
Zijn zulke woorden eigenlijk M. en worden zij als stofnamen ge-
bruikt, dan worden ze V., bijv. wolfsklauw, slangenwortel.
Zijn ze O., zooals duivelsbrood, dan behouden ze dit geslacht.
Namen van vruchten op oen en ling zijn mannelijk: citroen,
meloen, pippeling, krulling. Ook de Nederlandsche namen op
el en er: appel, eikel, aker; vreemde woorden daarentegen
zijn gewoonlijk vrouwelijk: amandel, komkommer.
4". de namen van vaartuigen, als: bark, brik, boot,
sloep. Zoo ook eigennamen van schepen: Hij is met de Jan
De Witt vertrokken. Doch die, welke op er eindigen, zijn
M.: driemaster, lichter, uitlegger. Onzijdig zijn: fregat, gal-
joen, jacht.
5°. de namen der letters en cijfers, muzieknoten en
intervallen: eene a, eene zeven, eene as, eene groote terts.
Uitgezonderd: het octaaf.
6°. de naam der muziekinstrumenten: trommel, viool,
vedel, fluit, klarinet, gitaar, lier, harp. Doch doedelzak,
horen, triangel, zijn M.; enkele O.
75. Wegens hunnen vorm, gedeeltelijk ook met inacht-
neming der beteekenis, zijn vrouwelijk:
1°. de woorden, die altijd of soms nog op eene toonlooze e
eindigen: genade, koude, zonde, reize, hope, ruste, leere, trouwe.
Uitgezonderd zijn: vrede M., einde O.
2®. de woorden op te, van bijvoeglijke naamwoorden gevormd:
duurte, verte, lengte, hoogte.