Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
drie klassen, van welke de verbuiging van deze woorden, en de
daarbij behoorende, afhangt: deze drie klassen heeten
geslachten.
Tot welke klasse een zelfstandig naamwoord behoort, moet
voornamelijk door 't gebruik worden geleerd. Gedeeltelijk is het
geslacht echter bepaald door de beteekenis of door den vorm
der woorden.
72. Wegens hunne beteekenis zijn mannelijk:
i". de namen van mannen, als: Hendrik, grootvader,
burgemeester en van mannelijke dieren, waarnaast eene
afzonderlijke benaming voor het wij^e bestaat, als: stier,
hengst, kater naast koe, merrie, kat. Ontbreekt een afzonder-
lijke naam voor 't wijfje, dan zijn in 't algemeen namen van
groote en sterke dieren mannelijk, als: haai, kameel, olifant,
arend, die van kleinere, zwakkere dieren vrouwelijk, als: muis,
rat, zwaluw.
2®. de namen van boomen, als: beuk, eik, iep, berk.
Uitgezonderd zijn: linde en tamarinde. (V.) Ook vrouwelijke
namen van vruchten worden mannelijk, wanneer zij als boom-
namen worden gebruikt: een abrikoos, een perzik.
3". de namen van steenen, als voorwerpen beschouwd: een
diamant, een steen. Als stofnamen zijn zij onzijdig: het diamant,
het kwarts, het hardsteen.
4®. de namen van maanden en jaargetijden: April, zomer,
herfst. Uitgezonderd zijn : lente en de samenstellingen met maand
en jaar: Meimaand, (V.) voorjaar. (O.)
5 de namen van bergen, als: Mont-Blanc, Vesuvius, Hekla.
6". de namen van munten, als: gulden, stuiver, cent. Uit-
gezonderd zijn: mat, pistool en guinje. (V.)
73. Wegens hunnen vorm, gedeeltelijk ook met inacht-
neming der beteekenis, zijn mannelijk:
i®. de zaaknamen op aard, erd, als: beiaard (klok), muts-
aard (takkebos), standaard, blafferd (register), mosterd.
2". de zaaknamen op aar: lessenaar, lezenaar, kandelaar,
boezelaar.
30. de woorden op el en er, wanneer zij, van een werkwoord
afgeleid, een werktuig beteekenen, als: beitel, hevel, sleutel.