Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
kennen (weten, overg.) — kende, gekend.
stooten (in onzachte aanraking komen of brengen) — stiei,
stootte, ge stoot en.
stuiten (in zijne beweging tegengehouden worden of tegenhou-
den) — stuitte —gestuit.
slepen (onoverg., zich langs den grond voortbewegen) — sleepte —
(heeft) gesleept.
sleepen (overg., langs den grond voortbewegen) — sleepte —
(heeft) gesleept.
2. Het Zelfstandig Naamwoord.
70. Ten einde de buigingsvormen der zelfstandige naamwoorden
te kunnen onderscheiden, dient men te weten, wat men verstaat
door 't geslacht, 't getal en den naamval dezer woorden.
71. De zelfetandige naamwoorden, die mannelijke per-
sonen of dieren beteekenen, worden op eene andere wijze
verbogen, dan die, welke vrouwelijke personen of dieren
beduiden. Zoo gaat het ook met de woorden, welke bij deze
zelfetandige naamwoorden behooren, als: bijvoegl. naamw.,
bij voeg 1. voornaamw., lidwoorden en telwoorden.
Daar nu de onderscheiding van mannelijk en vrouwelijk
in de natuur geslacht heet, zegt men ook, dat deze woorden
tot het mannelijk of vrouwelijk geslacht behooren. Zoo
zijn de woorden: man, zoon , leeuw, stier mannelijk; vrouw,
dochter, leeuwin, koe vrouwelijk.
En zoo heeft men ook alle zelfstandige naamwoorden, welke
op dezelfde wijze worden verbogen, als de namen van man-
nelijke wezens mannelijk genoemd en alle, die op dezelfde
wijze worden verbogen, als de namen van vrouwelijke wezens
vrouwelijk.
Bovendien zijn er nog een groot aantal zelfstandige naamw.,
die niet als de mannelijke en niet als de vrouwelijke worden
verbogen; van deze zegt men, dat ze tot het onzijdig geslacht
behooren, als: kind, huis, enz.
Zoo zijn alle zelfetandige naamwoorden derhalve verdeeld in