Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
dunken (mij) docht (mij heeft) gedocht
koopen kocht gekocht
zoeken zocht gezocht
De onvolt. verl. tijd der aanvoegende wijs wordt nooit
gebruikt; zij zou luiden: brachte, dachte, enz. Bij deze werk-
woorden sluit zich aan:
13. Werken.
Dit heeft namelijk naast de regelmatig zwakke vormen:
■werkte &a. gewerkt nog de onregelmatige wrocht ^Vi gewrocht.
Deze laatste vormen hebben intusschen eene andere beteekenis:
werkte en gewerkt zijn onovergankelijk, wrocht en gewrocht
overgankelijk: De kunstenaar wrocht dit heerlijk beeld in
zijn' ouderdom. Hij heeft het gewrocht.
14. Doen.
Aantoonende wijs. Aanvoegende wijs.
ik doe ik deed ik doe ik dede
hij doet hij deed hij doe hij dede
wij doen wij deden wij doen wij deden
gij doet gij deedt gij doet gij dedet
zij doen zij deden zij doen zij deden
De gebiedende wijs is: doe, doet. 't Verl, deelw.: ^tf^aa«.
69. Men lette nog bijzonder op de beteekenis en de ver-
voeging der volgende werkwoorden:
liggen (in rust zijn) lag—gelegen.
leggen (in rust brengen) — legde, leide—gelegd, geleid,
lijden (ondergaan) — leed—geleden,
leiden (voeren, brengen) — leidde—geleid,
nijgen (buigen uit beleefdheid) — neeg—genegen,
neigen (buigen in anderen zin) — neigde — geneigd,
kluiven ('t vleesch van de beenen) — kloof—gekloven,
klieven ('t water, de lucht) — kliefde — gekliefd,
klooven (splijten, overg.) — kloofde — gekloofd,
kunnen (in staat zijn). Zie boven. Het wordt altijd gevolgd
door een' infinitief, of men kan er dien bij denken.