Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
wij moeten wij moesten wij moeten wij moesten
gij moet gij moest gij moetet gij moestet
zij moeten zij moesten zij moeten zij moesten
De aanvoegende wijs wordt ongeveer nooit gebruikt. De
gebiedende wijs ontbreekt, 't Verl, deelw. is gemoe/en, doch
wordt weinig gebruikt. Gewoonlijk bezigt men den infinitief:
Ik heb hei moeien beloven.
5. Durven.
Dit werkwoord wordt regelmatig zwak vervoegd: durfde,
gedurfd, doch heeft ook een' onregelmatigen onv. verl. tijd
der aantoonende wijs: ik dorst, hij dorst, wij dorsten, gij
dorst, zij dorsten.
6. Willen.
Het wordt regelmatig zwak vervoegd, doch de 3e persoon
enkelv. onvolt. teg. tijd der aantoonende wijs mist de t:
hij wil en de onvolt. verl. tijd heeft naast de regelmatige
vormen wilde, enz., ook de onregelmatige: ik wou, hij wou,
en gij woudt.
7. Plegen.
Het wordt in den onvolt. verl. tijd der aant. wijs ver-
voegd: ik placht, hij placht, wij plachten, gij placht, zij
plachteti. De onregelmatigheid bestaat dus in 't aanhechten van
eene t aan den stam plag. (Denk aan 't werkwoord lezen, las.)
't Verleden deelwoord ontbreekt; men gebruikt daarvoor den
infinitief: Ik heb dat dikwerf plegen te doen.
Hetzelfde werkwoord in den zin van (kwaad) doen is zwak:
Hij pleegde bedrog, heeft bedrog gepleegd. Verplegen wordt
mede zwak vervoegd.
8 -12. Brengen, denken, dunken, koopen, zoeken. Zij hebben
de volgende onregelmatige vormen:
hifinitief. Onvolt. verl. tijd. Verl, deelw.
brengen bracht gebracht
denken dacht gedacht