Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
De aanvoegende wijs wordt weinig of niet gebruikt.
De gebiedende wijs ontbreekt. De infinitief is kunnen,
't verl. deelwoord gekund: Ik had het wel gewild, maar ik heb
niet gekund. Volgt er een infinitief op, dan gebruikt men den
infinitief: Ik heb het niet kunnen doen.
2.
Aantoonende wijs.
Aanvoegende wijs.
ik mag
hij mag
wij mogen
gij moogt
zij mogen
ik mocht
hij mocht
wij mochten
gij mocht
zij mochten
ik moge
hij moge
wij mogen
gij moget
zij mogen
ik mochte
hij mochte
wij mochten
gij mochtet
zij mochten
De onvolt. verleden tijd der aanv. wijs wordt ongeveer
nooit gebruikt. De gebiedende wijs ontbreekt, 't Verl.
deelw. is gemoogd: Ik had wel gewild, maar ik heb niet
gemoogd. Volgt er een infinitief op, dan gebruikt men den
infinitief: Ik heb het niet mogen doen.
Weten.
Aanvoegende wijs.
Aantoonende wijs.
ik weet
hij weet
■wij weten
gij weet
zij weten
ik wist
hij wist
wij wisten
gij wist
zij wisten
ik wete
hij wete
wij weten
gij wetet
zij weten
ik wiste
hij wiste.
wij wisten
gij wistet
zij wisten
"V ------------"V --------------------------j
De Onvolt. verl. tijd der aanv. wijs wordt ongeveer nooit
gebruikt. De gebiedende wijs is weet (enkel- en meervoud),
't Verl. deelw. is geweten: Ik heb het niet geweten. Volgt
een infinitief, dfen gebruikt men den infinitief: Ik heb hem weten
over te halen.
4. Moeten.
Aatttooncnde wijs.
ik moet ik moest
hij moet hij moest
ik moete
hij moete
Aanvoegende wijs.
ik moeste
hij moeste