Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
(Het sterke verleden deelwoord gewezen komt nog voor in den
zin van voormalig, b.v. een gewezen scheepskapitein^
66. In sommige werkwoorden komen in den onvoltooid verleden
tijd of 't verleden deelwoord medeklinkers voor, welke in de
overige vormen ontbreken. Zij zijn:
komen — kwam — gekomen
houden — hield —gehouden
gaan — ging—gegaan
slaan — sloeg — geslagen
staan — stond—gestaan
zien — zag — gezien.
67. Een paar zwakke werkwoorden hebben soms in den
onvolt. verleden tijd of 't verleden deelwoord den tweeklank el
in plaats van de letters eg:
leggen — legde of leide — gelegd of geleid
zeggen — zeide—gezegd oi gezeid.
68. Sommige sterke en zwakke werkwoorden wijken zoo
zeer van de gewone regels der vervoeging af, dat men ze den
naam heeft gegeven van onregelmatige werkwoorden. Strikt
genomen, zou men daartoe natuurlijk ook alle werkwoorden
moeten rekenen, die reeds besproken zijn en in een of ander
opzicht die regels niet volgen.
Wij zullen de vormen dier werkwoorden volledig opgeven; de
onregelmatige werkwoorden: hebben, zijn en zullen zijn
reeds vroeger behandeld. Zie § 56.
I. Kunnen.
Aantoonende wijs.
Onvolt. leg. t. Onvolt. verl, t.
ik konde, kon
ik kan
hij kan
wij kunnen
gij kunt
zij kunnen
Aanvoegende wijs.
hij konde, kon
wij konden
gij kondt
zij konden
Onvolt. teg. t.
ik kunne
hij kunne
wij kunnen
gij kunnet
zij kunnen
Onvolt. verl. t.
ik konde
hij konde
wij konden
gij kondet
zij konden