Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
tijgen (gaan, trekken) is sterk: tooggetogen: Hij toog naar
vreemde landen. Wij zijn aati den arbeid getogen,
krijgefi (ontvangen) is sterk: kreeg, gekregen,
krijgfn (krijg voeren) is zwak: De Fr ansehen krijgde7i des-
tijds in Spanje.
stijven (stijf maken) is sterk: steef, gesteven. De waschvrouw
steef het linnen.
stijven (versterken) is zwak: Me7i stijfde dien k7iaap in zijn
boos opzet. De schatkist moest door hooger belastingen gestijfd
worden.
prijzen (loven) is sterk: prees, geprezen: Men prees zijn
gedrag.
prijzen (van prijzen voorzien) is zwak: De koopwaren wer-
den alle geprijsd.
pijpe7i (eene pijp rocken) is zwak. Een vroeger sterk ver-
voegd :
pijpen (fluiten) wordt tegenwoordig in den vorm piepen alleen
zwak vervoegd. Het komt ook nog voor in: Zooals de ouden
zongen, piepen de jongen en in: naar iemands pijpen (fluiten)
dansen. De pijpers bij de marine hebben er nog hun' naam van.
pluizen (pluizen uittrekken) is sterk: ploos, geplozen: Ik heb
het touw geplozen,
pluizen (pluizen afgeven) is zwak: Dat goed pluisde sterk,
malen (fijn maken) heeft een zwakken onvoltooid verleden
tijd en een sterk verleden deelwoord: Hij maalde het meel;
hij heeft het meel gemalen. De werkwoorden:
malen (schilderen, zeuren, zich bekommeren) zijn zwak: De
schilder maalde een groot tafereel. Hij maalde mij aan het
hoofd. Hij 7naalt niet veel om uwe bedreigingen.
65. Eenige werkwoorden vertoonen in sommige vormen eene
1, in andere eene r:
vriezen — vroor, vroos — gevroren, gevrozen
verkiezen — verkoos, ver koor — verkozen, verkoren.
(De vooropstaande vormen zijn de meest gebruikelijke.)
verliezen — verloor — verlore7i
wezen — was, waren — geweest.