Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
deelwoord: Ik heb haar hooren zinyen. Heeft hij dat werh niet
laten afmaken'^ Gij hadt eerder hehooren te komen. Wij hebben
hem vergeefs pogen over te halen = Wij hebben vergeefs gepoogd
hem over te halen.
55. De samengestelde tijden der aantoonende en
aanvoegende wijs worden op de volgende wijze gevormd:
1. de volt. teg. tijd door den onvolt. teg. tijd der hulp-
werkw. hebben of zijn^ gevolgd door 't verleden deelwoord:
ik heb ^ hebbe gewerkt; ik ben^ zij gevallen.
2. de volt. verl. tijd door den onvolt. verl. tijd dier
hulpwerkw., gevolgd door 't verleden deelwoord: ik had,
hadde gewerkt; ik was, ware gevallen.
3. de onvolt. toek. tijd door den onvolt. teg. tijd
van 't hulpwerkw. zullen, gevolgd door den infinitief: ik zal
werken.
4. de volt. toek. tijd door den onvolt. toek. tijd der
hulpwerkw. hebben of zijn, gevolgd door 't verleden deel-
woord: ik zal gewerkt hebben, ik zal gevallen zijn of: ik zal
hebben gewerkt, ik zal zijn gevallen.
5. de onvolt. verl. toek. tijd door den onvolt. verl.
tijd van 't hulpwerkw. zullen, gevolgd door den infinitief:
ik zoude, ik zou werken.
6. de volt. verl. toek. tijd door den onvolt. verl toek.
tijd der hulpwerkw. hebben en zijn, gevolgd door 't verleden
deelwoord: ik zou hebben gewerkt, ik zou zijn gevallen, of:
ik zou gewerkt hebben, ik zou gevallen zijn.
55* De tijden der voorwaardelijke wijs zijn gelijk aan den
onvolt. verl. tijd en den volt. verl. tijd van de aanvoe-
gende of van de aantoonende wijs.
Onvolt.: ik ktvame, kwam; Volt.: ik ware gekomen, was
gekomen. In vele gevallen kan men daarvoor echter ook den
onvolt. verl. toek. tijd of den volt. verl. toek. tijd der
aantoonende wijs gebruiken: Onvolt.: ik zou komen; Volt.: ik
zou gekomen zijn. Voorb.: Hadde ik tijd, ik kwame naar hem
toe, gewoonlijk: Had ik tijd, ik kwam naar hem toe of: Had
ik tijd, ik zou naar hem toekomen. Evenzoo: Hadde ik tijd gehad,
ik ware naar hem toegekomen of: Had ik tijd gehad, ik was naar
hem toegekomen of: ik zou naar hem toegekomen zijn.