Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
5S. 't Verleden deelwoord van een zwak werkwoord
krijgt eene d achter den stam, wanneer de onvolt. verl. tijd de
krijgt; t, wanneer de onvolt. verl, tijd te krijgt: hoorde,gehoord;
haalde^ gehaald; maaide, gemaaid; straf te, gestraft; hakte,
gehakt; trappen, getrapt; loste, gelost; wischte, gewischt;
wuifde, gewuifd; vreezen, gevreesd.
Men lette bij sommige zwakke werkwoorden op H verschil in
vorm tusschen den onvoltooid verleden tijd en 't verleden deel-
woord: Hij haatte dien man. De gehate man. Zij smeedden eene
samenzwering. De gesmede samenzwering. Zoo ook tusschen den
pers. onv. teg, tijd der aant. wijs en 't verleden deelwoord:
Hij vermeestert de stad. De stad werd vermeesterd. Hij behaalt de
overwinning. De overwinning is behaald.
54. De verleden deelwoorden krijgen vóór den stam gewoon-
lijk het voorvoegsel ge: geloopen, gewerkt. Doch men laat dit
voorvoegsel weg;
a. wanneer het werkwoord reeds is voorzien van een der
voorvoegsels: be, ge, er, her, ont, ver: behaald, geloofd,
erkend, herinnerd^ ontvangen, veranderd.
Men noemt voorvoegsels: lettergrepen, welke niet als afzon-
derlijke woorden gebruikt worden, doch dienen, om nieuwe woor-
den te vormen.
b. wanneer het werkwoord onscheidbaar is verbonden met
een bijwoord: Tk overleg, heb overlegd. Ik onderhoud, heb
onderhouden; omringd, door loopen, weerklonken.
Is een werkwoord scheidbaar verbonden met eenig woord,
dan plaatst men ge tusschen de beide deelen: Ik sla hem
gade, heb hem gadegeslagen. Men spreekt hem vrij, heeft hem
vrijgesproken; overgelegd, omgeworpen, doorgewerkt.
In alle andere gevallen plaatst men ge vóór den stam: ge-
loopen, gewanhoopt, gevrijwaard, gehandhaafd, gedoodverfd,
gerechtvaardigd, enz.
"Wanneer het werkwoord onmiddellijk door een ander werkwoord
in den infinitief wordt gevolgd, — soms ook wanneer de infinitief
door te wordt voorafgegaan, — gebruikt men in de voltooide tijden
den infinitief van het eerste werkwoord in plaats van het verleden