Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
verleden week, dat ik V zou doen. Ik beloofde hem niet, dat
ik het werk reeds over drie dagen zou afgemaakt hebben.
Men kan door vormen van het werkwoord, met of zonder
hulp van andere werkwoorden, uitdrukken, wanneer de werking
plaats heeft. Zijn daartoe geene andere werkwoorden noodig, dan
noemt men de vormen van 't werkwoord enkelvoudige tijden;
behoeft men daartoe hulpwerkwoorden, dan spreekt men van
samengestelde tijden.
De tijden, die in de aan toon ende wijs voorkomen, heeten:
1. onvoltooid tegenwoordige tijd, die te kennen geeft,
dat de werking op dit oogenblik aan den gang is: Ik loof.
2. voltooid tegenwoordige tijd, die te kennen geeft, dat
de werking op dit oogenblik afgeloopen is: Ik heb geloopen. Ik
ben geloopen.
3. onvoltooid verleden tijd, die te kennen geeft, dat de
werking in 't verledene aan den gang was: Ik liep.
4. voltooid verleden tijd, die te kennen geeft, dat de
werking in 't verledene afgeloopen was: Ik had geloopen. Ik was
geloopen.
5. onvoltooid toekomende tijd, die te kennen geeft, dat
de werking in de toekomst aan den gang zal zijn: Ik zal loopen.
6. voltooid toekomende tijd, die te kennen geeft, dat
de werking in de toekomst zal zijn a%eloopen: Ik zal geloopen
hebben. Ik zal geloopen zijn.
7. onvoltooid verleden toekomende tijd, die te ken-
nen geeft, dat de werking aan den gang zou zijn in een' tijd,
die in 't verledene nog moest komen: Hij verwachtte, dat ik om
twaalf uur te A. zou aankomen.
8. voltooid verleden toekomende tijd, ,die te kennen
geeft, dat de werking afgeloopen zou zijn in een' tijd, die in 'l ver-
ledene nog moest komen: Hij verwachtte, dat ik om, twaalf
uur te A. zou aangekomen zijn. Ik dacht toen, dat ik over
een paar uur het werk wel zou afgemaakt hebben.
Ten einde te begrijpen, waarom de beide laatste tijden ver-
leden toekomende tijden heeten, zette men naast elkaar de
zinnen: Hij verwacht thans, dat ik om twaalf uur te A. zal
aankomen of zal aangekomen zijn en: Hij verwachtte gisteren, dat