Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
1. Het Werkwoord.
4:4, Ten einde de buigingsvormen der werkwoorden te
kunnen onderscheiden, dient men te weten, wat men verstaat
door de wijzen, tijden, personen en getallen van het
werkwoord.
45. De koning leeft. De koning leve! Hij gaat heen. Hij
ga heen! Ga heen! Ieder doe zijn' plicht! Doe uw' plicht.
Ieder doet zijn' plicht. Hij blijft weg. Ik vrees, dat hij
wegblijve. Blijf toch weg! Ik vreesde, dat hij weghleve. Ik
hoop, dat hij dit 7iiet bemerkt hebhe.
Uit deze voorbeelden blijkt, dat de werkwoorden verschillende
vormen vertoonen, naarmate de zin te kennen geeft, dat iets
werkelijk gebeurt, dat iets gewenscht of niet gewenscht
wordt; dat iets wordt geboden of verboden.
Geeft de vorm van *t werkwoord te kennen, dat iets werkelijk
gebeurt, dan staat het werkw. in de aantoonende wijs.
Geeft de vorm des werkwoords te kennen, dat iets mogelijk
of wenschelijk is, dan staat het werkw. in de aanvoe-
gende wijs.
Geeft de vorm des werkwoords te kennen, dat iets geboden
of verzocht wordt, dan staat het werkw, in de gebiedende
w ij s.
45*. Ik zou u graag helpen, als ik maar tijd had. Ware men
wat voorzichtiger geweest, dan zou de brand niet ontstaan zijn.
Indien gij heter uw^ plicht deedt, behoefde men u niet te straffen.
Al kon ik er een koninkrijk mee verdienen, ik deed het toch niet.
't Green in deze volzinnen wordt verteld, gebeurt niet wer-
kelijk; (integendeel, het t egeno ver gestelde daarvan ge-
beurt;) de spreker stelt het zich slechts voor. Wanneer
de spreker iets, dat niet gebeurd is of gebeurt of gebeuren zal,
zich een oogenblik voorstelt, zegt men, dat het werkwoord in de
voor waardel ij ke wijs staat.
4(>. Ik zit te schrijven. Ik heb mijn werk afgemaakt; mi
kan ik gaan wandelen. Toen ik gisteren over den Dam liep,
ontmoette ik een oud vriend. Ik had hem in jaren niet gezien.
Ik zal aanstonds aan mijn werk beginnen. Ik denk, dat ik
het over een paar uur wel zal voltooid hebbeji. Ik beloofde hem