Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
gegaan is, heb ik hem niet weer gezien. Men had sedert de
verwoesting van Jeruzalem zulk een bloedbad niet gezien. Hij is
verleden week nog bij mij geweest, maar sedert heb ik niets van
hem gehoord.
10. Met Tusscheniverpsel.
41. O, wat is dat mooi! Och, hoe lief! Hij is, helaas!
^^erdronken. Foei, wat een schelmstuk! Ach, zou dan nooit die
gelukkige tijd aanbreken? Ha, daar heb ik het! Pst, luister
eens! Pof, daar springt de blaas stuk! Krak, krak, daar
brak het bruggetje! Bons, daar lag hij voorover!
Bij bovenstaande zinnen komen klanken voor, die èf eene
sterke gemoedsaandoening uitdrukken, of dienen, om iemands
opmerkzaamheid te trekken, óf een geluid nabootsen. Zij heeten
tusschenwerpsels, daar men ze, om zoo te zeggen, plotseling
tusschen de zinnen in werpt.
HOOFDSTUK III.
BUIGING DER WOORDEN IN DEN VOLZIN.
42. De werkwoorden, zelfstandige naamw., bijvoeg-
lijke naamw., lidwoorden, voornaamwoorden en tel-
woorden zijn veranderlijke woorden. Het geheel der veranderingen,
welke zij ondergaan, heet buiging; bij de werkwoorden noemt
men die verandering vervoeging, bij de overige woorden
verbuiging.
43. Een buigbaar woord komt dus in verschillende vormen
voor. De letters of lettergrepen, welke in de buiging aan een
woord worden gehecht, heeten buigingsuitgangen. Ontdoet
men een woord van zijne buigingsuitgangen, dan houdt men den
stam over. Zoo is loop de stam van loopen en loopt; grondw2Xi
gronds en gronden; goed van goede, goeden, goeder; die van
diens, dier, dien; de van des, der, den, enz.