Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
Zij hebben veel, weinig, genoeg uitgevoerd.
4. van graad. Zij antwoorden op de vraag: in welke mate?
ffet heeft hard geregend. Dat schrift is vrij, tamelijk,
zeer, te slecht.
5. van hoedanigheid. Zij antwoorden op de vraag: hoe?
Zij hebben dapper gestreden, langzaam geloopen, vuriglijk
(gebeden, zachtjes gefluisterd, zoo gedaan, anders gehandeld.
6. van omstandigheid. Zij antwoorden op de vraag: onder
welke omstandigheden?
Zij hebben vruchteloos, te vergeefs gewacht (d. i. terwijl het
verwachte niet kwam). Hij zat alleen (d. i. terwijl er niemand
meer was). Hij heeft slechts tot drie uur gewerkt (d. i. terwijl
hij langer had moeten of willen werken).
35. Waar wij nu wonen, heeft hij vroeger gewoond. Toen
hij vertrokken was, gingen wij ook heen. Hij heeft zoo hard
gewerkt, dat hij uitgeput is van vermoeienis. Ik deed, alsof
ik V niet merkte.
Even als een zin den dienst kan doen van een zelfstandig
of bijvoeglijk naamwoord, kan hij, bij een' anderen zin
geplaatst, daarvan eene bijwoordelijke bepaling uitmaken.
Zoo geven in bovenstaande voorbeelden geheele zinnen antwoord
op de vraag: waar2 wanneer 1 iti welke matei hoei Zij heeten
daarom bijwoordelijke zinnen.
36. Tot welke soort van woorden behooren de cursief gedrukte
eh waarom?
Hij heeft heel fraai geschreven. Dat is een heel fraai schrift.
De soldaten bleken vermoeid. Gewond werd hij van het slagveld
gedragen. Wij wonen 's zomers buiten. Dat buiten is verkocht.
Hij had weinig uitgevoerd en dus niet veel verdiend. Hij vloog
verschrikt van zijn' stoel op. Die japon is heel net. Zij zit ook
zeer net. Er stonden niet veel menschen te kijken. Dat woord
deed hem zeer. Men verfde de zonneblinden wit. De wit ge-
verfde blinden kaatsten de warmte terug. Zij was geheel in 't wit
gekleed. Vergeefs zagen wij naar hem uit. Al onze moeite was
vergeefsch. Ik wandel dagelijks een uurtje. Wij bidden om ons
dagelijksch brood.
2*