Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
sehen stonden er naar te kijken. In luttel uren was het schoone
gebouw in de asch gelegd. Vele handen maken licht werk.
Hij was de derde leerling der klasse. Den vier en twintigsten
Augustus begon het oproer. Den hoeveeIsten hebben wij vandaag :
den zesden of den achtstenl Geen van beide: den zevenden.
In bovenstaande zinnen komen woorden voor, welke dienen,
om de hoeveelheid der zelfstandigheden te kennen te geven,
of de plaats, welke zij onder andere derzelfde soort innemen.
Zij heeten telwoorden en wel in 't eerste geval hoofdtel-
woorden, in 't laatste rangtelwoorden.
De telwoorden hebben eene vaste, bepaalde beteekenis, ot
hunne beteekenis hangt van de omstandigheden af. Men
verdeelt ze daarom ook in bepaalde en onbepaalde tel-
woorden.
Bepaalde hoofdtelwoorden zijn: één, zes, honderd,
duizend, enz.
Bepaalde rangtelwoorden: eerste, zesde, honderdste,
duizendste, enz.
Onbepaalde hoofdtelwoorden: veel, verscheidene, menig,
weinig, luttel, eenig, sommig, al, geheel, gansch, ieder, elk.
Hoeveel is: veel menschen, weinig geld, alle boeken? Nu eens
meer, dan weer minder; dit hangt van de omstandigheden af.
Onbepaalde rangtelwoorden: hoeveelste, zooveelste, mid-
delste, laatste.
Hebben deze woorden steeds dezelfde beteekenis?
7. Het Bijwoord,
33. Hij heeft den ganschen dag hard gewerkt. De vrouwtjes
hadden veel gekald. Zij hadden weinig gezegd. Op die partij
hebben we ons uitstekend vermaakt. Het was een zeer vroolijk
feest. Gisteren is hij vertrokken. Hij zal heel lang wegblijven.
Waarheen is hij vertrokken? Schuif wat hierheen. Vergeefs
wachtten wij op zijne terugkomst. Er dienden zeer vele ver-
beteringen aangebracht te worden. Hij heeft mij zeer schande-
lijk bedrogen.
TERWEY, Korte Spraakk., 3e druk. 2