Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
met hoogheid. De hoogte van dit vertrek is gering. Met moeite
was de hoogte beklommen. Hij legde rekening en verantwoording
af. Ligt die rekening niet in het laatje? Dt godheid va.n Christus
werd door hem geloochend. De Godheid op haar' hemeltroon
hoort ons gebed. Ik vind het schildpad van die doos zeer fraai.
De schildpad kroop langzaam voort. Er waren verscheidene
openingen in het dak. De opening der Staten-Generaal geschiedde
door den Minister van Binnenlandsche Zaken. De loop der rivier
wijzigde zich herhaaldelijk. In den loop van 't geweer vond men
eenige hagels. Het vuur hield men voorheen voor een element.
AVij zaten rondom een heerlijk vuur van turven. De adel van
zijn karakter bleek uit al zijne handelingen. Vroeger genoot de
adel allerlei voorrechten. Vriendschap, kunt gij mij den weg
ook wijzen naar A.? Vriendschap is het zout des levens. De
priesterschap was tegen dien maatregel gekant. Hij vierde het
zilveren feest van zijn priesterschap. Zij begroeven hem in het
duin. Wij stonden op eene hooge duin.
26. Dat di wereld vergaan zou, werd door velen gevreesd
Het vergaan der wereld werd door velen gevreesd. Het was
jammer, dat hij wegbleef Zijn wegblijven was jammer. Ik
zag, dat hij boos op mij was = Ik zag zijn' toorn jegens mij.
Het schijnt dien knaap onmogelijk, dat hij zijne lessen goed
leert = Het goed leeren zijner lessen schijnt dien knaap
onmogelijk.
Uit bovenstaande voorbeelden blijkt, dat een zin soms den-
zelfden dienst doet als een zelfstandig naamwoord. Men noemt
hem dan een' zelfstandigen zin.
.3. Het Bijvoeglijk ^aaniwoonl.
'11. De onoverwinnelijke vloot werd vernield. Was zij dus
otioverwinnelijk 1 Men noemde haar maar onoverwinnelijk. Hij
was een scherpzinnig man. De vorst was met een' hermelijnen
mantel bekleed. A/gemat kwam hij thuis. De hedendaagsche
mode verschilt heel wat v.an de vroegere. Ik werk voor mijn
dagelijksch brood. De achterste huizen hebben te weinig licht.
De Vtrechtsche hoogleeraar spreekt dit tegen.