Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
106
reden, terwijl hij uitriep: „Met dit geld zult gij althans geen'
rnoorder koopen voor Maurits."
Deze volzin bestaat uit twee nevengeschikte deelen, door
maar tegenstellend verbonden. Het eerste deel is een
enkelvoudige zin, het tweede een samengestelde. Deze bestaat
uit een' hoofdzin: Nauwelijks had deze haar gevat en den
tijdbepalenden bijzin: toe7i hij — Maurits. Van den laatsten
is de hoofdzin: Hij wierp haar over den wagen heen in den
vliet, waarlangs zij reden, de tijdbepalende bijzin: ter-
wijl — Maurits. De laatste hoofdzin is weer samengesteld en
bestaat uit den hoofdzin: hij wierp haar over den wagen in
den vliet en den bijvoeglijken zin: waarlangs zij rede7i. De
laatste tijdbepalende zin is mede samengesteld en bestaat uit
den hoofdzin: hij riep uit, en den zelfstandigen bijzin, die
den dienst doet van lijdend voorwerp: Met dit geld zult
gij althans geen' moorder koopen voor Maurits.
Zoo zoeke men altijd eerst de hoofddeelen van den samenge-
stelden zin op en ga men na, hoe deze deelen weer behooren
ontleed te worden.