Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
103
7<r elf uur nerliet hij zijne woning, om aan de oproeping
gevolg te geven.
5. Gevolgaanduidende bijzinnen.
I Zij geven het gevolg te kennen van 'tgeen in den hoofdzin
is gezegd en antwoorden op de vraag: wat is 7 gevolg daarvan ?
Hij had den hoed afgenomen, zo o dat het litteeken op zijn
voorhoofd duidelijk zichtbaar was. Ik ben lang ongesteld ge-
weest; vandaar dat ik met mijn werk ten achteren ben
geraakt. De oppasser, die eene kaars droeg, beefde zoo, dat
de droppels vet in de rondte vlogen. Er was een pad, dat
zoo dicht om het huis liep, dat men van daar uit de be-
woners zonder eenige moeite kon begluren. Hij maakte een
leven, dat iemand hooren en zien verging.
Hij is nu oud en wijs genoeg, om op zijne eigen beenen te
kunnen staan = Hij is nu zoo oud en wijs, dat hij, enz. Hij was
te zeer in de war gebracht, om dadelijk te kutinen voortgaan
= Hij was zoo zeer in de war gebracht, dat hij niet dade-
lijk , enz.
6. Voorwaardelijke :b ij zinnen. ^
Zij drukken eene onderstelling of eene voorwaarde uit,
waarvan 'tgeen in den hoofdzin gezegd wordt, afhankelijk is.
Men kan deze zinnen altijd laten beginnen met: ondersteld dat
of op voorwaarde dat. Zij antwoorden steeds op de vraag: in
welk gevall
Als het niet regende, gingen wij wandelen. Als gij u
naar onze Indische gewoonten wilt voegen, zult gij altijd wel-
kom zijn. Zoo ik hem wel begrepen heb, gaat hij morgen
vertrekken. Indien de regeering doortastender tewerk ware
gegaan, zou zij den opstand hebben kunnen dempen. Ingeval
hij nog mocht terugkomen, raad ik u, hem niet weer te ont-
vangen. Ik zal hem vrijlaten, wanneer de generaal daar-
toe verlof geeft. Vraag naar hartelust, mits gij die eene
zaak onaangeroerd laat.
De voegwoorden tenzij en tenware hebben de beteekenis van