Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
de knecht, over wien gij gesproken hebt! Hij wierp de pe7i
weg, waarmede hij dat besluit had onderteekend. Ieder ver-
langde naar den dag, dat (= waarop) hij vertrekken zou. Bij
een der vensters was eene groote schrijftafel geplaatst, waar
een heer aan gezeten was. De blinden der kamer, waar {=.
waarin) zij zat, bleven altijd gesloten.
Door een' bijvoeglijken zin kunnen vervangen worden: Vooral
het lichteffect op den achtergrond, zoo sterk en toch zoo
ongekunsteld, trok hiinne aandacht. Tegenover de ramen was
eene kast geplaatst, in twee af deelingen gescheiden. Aan den
sjraatweg stond een huis, in de zeventiende eeuw gebouwd.
178. Bijwoordelijke zinnen zijn met den hoofdzin ver-
bonden door voegwoorden, of zij staan zonder verbindings-
woord naast den hoofdzin. Zij worden naar hunne betrekking
tot den hoofdzin verdeeld in: i. plaats- en tijdbepalende; 2.
redengevende, doelaanwijzende en gevolgaanduidende. 3. voor-
waardelijke, toegevende en beperkende. 4. vergelijkende. Wij
zullen onder de voorbeelden telkens enkele opgeven, waarbij een
zindeel door een' bijzin kan worden vervangen.
I. Plaatsbepalende bijzinnen.
Zij doen den dienst van eene bepaling van plaats: Ik zat,
waar ik zitten moest. Hij kan gaan, waarheen hij
wil. Hij keerde terug, van waar hij gekomen was.
2. Tijdbepalende bijzinnen.
Zij doen den dienst van eene bepaling van tijd en antwoorden
op de vragen: wanneer, van wanneer en tot wanneer2
Als de hoofden ontbloot zijn, leest de schipper een' psalm
voor. Wanneer het sneeuwt of regent of boos weer is,
vervangen de zeelaarzen de klompen. Nu de ma7inen het
woord hadden opgevat, konden ook de vrouwen niet langer
zwijgen. Terwij l men een oogenblik hierover beraadslaagde,
werd de menigte bijzonder luidruchtig. V0 0 r(d a t) hij de
brug overreed, zond zijne Koninklijke Hoogheid het geleide
terug. Een oogenblik toefde Otto, eer(dat) hij het groote