Boekgegevens
Titel: Korte Nederlandsche spraakkunst
Auteur: Terwey, T.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
3e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201901
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte Nederlandsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
hem afgeraden en: Het zou hem slechts scha e berokkenen^
waarom ik het hem heb afgeraden. Hij had den hoed diep over
het voorhoofd getrokken; daardoor herkenden wij hem niet en:
Hij had den hoed diep over het voorhoofd getrokken, zoodat
wij hem niet herkenden. Bij het eerste paar zinnen kan men
vragen: waarom? bij het tweede evenzoo: waarom? bij het
derde: met welk gevolg? Toch zijn de eerste van elk paar neven-
schikkend, de laatste onderschikkend verbonden, Men lette dan
op de woordschikking, d. i. de volgorde der woorden. Laat
men het verbindingswoord uit den tweeden zin van elk paar
weg en krijgt men dan deze volgorde: 1. onderwerp; 2. voor-
werp of bepaling; 3. gezegde, dan zijn de zinnen onder-
schikkend verbonden; is dit niet 't geval, dan heeft men met
de nevenschikkende zinsverbinding te doen.
174. Twee nevengeschikte volzinnen kunnen verbonden zijn:
I. aaneenschakelend; 2. tegenstellend; 3. redengevend.
Van elke soort volgen hier de voornaamste voorbeelden; de
woor,den of uitdrukkingen, welke ter verbinding dienen, zijn wijd
uiteengedrukt.
a. Aaneenschakelende zins verbinding.
Zijne broeder maakte de plannen en hij voerde ze uit. Op
eene tafel stonden modellen van boetseerklei; ook lagen er een
paar muziekboeken op. Het huis was niet alleen zeer
vochtig, maar het bevatte ook twee kamers te weinig. Een
toerist moet zich niet door eene regenbui laten dwingen e n ik
had buitendien eene parapluie bij mij. Hij had de
hoeken alle genummerd en (hij had) ze bovendien
(daarenboven) netjes in de kasten geplaatst.
Zooals men uit het laatste voorbeeld ziet, hebben soms de
zinnen gemeenschappelijke deelen, welke meermalen slechts eens
worden uitgedrukt.
Ook zin deelen kunnen aaneenschakelend verbonden zijn:
De koning e n de kroonprins waren weldra op de plek des on-
heils. Zoowel de lange droogte als de menigvuldige rupsen
hadden veel kwaad gedaan aan de gewassen,
TERWEY, Korte Spraakk. 3e druk. 7