Boekgegevens
Titel: Regelmatig en onregelmatig: de vervoeging der werkwoorden in het Fransch voor scholen met uitgebreid leerplan ...
Auteur: Thiel, L.L. van
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8268
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201899
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Werkwoorden, Vervoegingen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Regelmatig en onregelmatig: de vervoeging der werkwoorden in het Fransch voor scholen met uitgebreid leerplan ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
Il me faut travailler {me — pour mot) — Het is voor mij
noodig (te) werken = Ik moet werken.
II me faut donner un florin = Het is voor mij noodig een
gnlden (te) geven = Ik moet een gulden geven.
II faut me donner un florin — Het is noodig, mij een gul-
den te geven = Men (of gij) moet mij een gulden geven.
II lui faut me donner un florin = Het is voor hem noodig,
mij een gulden (te) geven = Hij moet mg een gullen geven.
Enz.
3°. Gevolgd door een substantif (logisch onderwerp).
H faut dix florins = Er is tien gulden noodig.
11 me fallait une paire de souliers = Er was voor mij een
paar schoenen noodig = Ik had een paar schoenen noodig.
II lui a fallu beaucoup d'argent = Er is voor hem veel
geld noodig geweest = Hij heeft veel geld noodig gehad.
II nous faudrait de la patience — Er zou voor ons geduld
noodig zijn = Wij zouden geduld noodig hebben, wij zouden
geduld moeten hebben.
II leur faut bien des exercices = Er zijn voor hen zeer veel
oefeningen noodig = Zij hebben zeer veel oefeningen noodig ;
zij moeten zeer veel oefeningen hebben.
n faut de Vargent à mon ami = Er is geld noodig voor
mijn vriend = Mijn vriend heeft geld noodig.
Enz.
Bestudeer het gebruik van falloir goed en vertaal dan met
falloir (waar 't kan, op twee manieren):
Men moet oplettend zijn. Gij moet oplelteti, kindereti! Ik
moest ijverig tcerken. Hoeveel hebt gij er van noodig? Er is heel
wat (bien de la) geduld noodig. Men moet betalen. Ik moet
betalen. Men moet mij betalen. Wij zouden tien kilogram per
week noodig gehad hébben. Hoeveel geld heeft uw broeder noo-
dig gehad? Zou ik hem (Ie) moeten betalen? Zal ik hem de
rekening (la note) moeten betalen?