Boekgegevens
Titel: Regelmatig en onregelmatig: de vervoeging der werkwoorden in het Fransch voor scholen met uitgebreid leerplan ...
Auteur: Thiel, L.L. van
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8268
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201899
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Werkwoorden, Vervoegingen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Regelmatig en onregelmatig: de vervoeging der werkwoorden in het Fransch voor scholen met uitgebreid leerplan ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
verdubbeld. (Waarom? Op hoeveel plaatsen? In hoeveel ver-
schillende vormen?)
Vervoeg nu pretidre en bestudeer het.
Evenzoo gaan alle met prendre samengestelde werkw., als :
apprendre (leeren), désapprendre (afleeren), comprendre
pen), se méprendre (zich vergissen), reprendre (hernemen, her-
vatten, berispen), entreprendre [ondernemen, aannemen (een
werk)], surprendre (verrassen, betrappen).
Vervoeg nu mondeling apprendre en comprendre.
En schriftelijk, voluit, Ned. en Fr., volgens model VII, se
méprendre.
IX.
Faire (doen, maken).
Part. prés. : faisant (ai als stomme e uitspreken !).
Part. passé: fait.
Ind. Prés. Sing.: regelm'atig. (Zie opm. 10, biz. 26 en 27).
Passé défini: je fis, etc. Hoe verder?
Van de temps dérivés:
Futur en Cond. Prés. : je ferai, etc. ; je ferais, etc.
Ind. Prés. Pluriel: vous faites; ils font.
Impératif Pluriel: faites.
Subjonctif Présent: que je fasse, etc. Hoe verder?
De overige vormen worden op de gewone wijze van de
lemps primitifs afgeleid.
Vervoeg nu faire schriftelijk geheel en bestudeer het.
Evenzoo gaan alle met faire samengestelde w.w., als : refaire
(overmaken), défaire (losmaken), satisfaire (voldoen), contrefaire
(nadoen, namaken), surfaire (overvragen; ce marchand surfait
sa marchandise = die koopman vraagt te veel voor zijne
waar; ce marchand surfait = die koopman overvraagt).
Vervoeg nu mondeling satisfaire.
Satisfaire ses maîtres; satisfaire ses créanciers,
Satisfaire à ses devoirs.