Boekgegevens
Titel: Regelmatig en onregelmatig: de vervoeging der werkwoorden in het Fransch voor scholen met uitgebreid leerplan ...
Auteur: Thiel, L.L. van
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8268
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201899
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Werkwoorden, Vervoegingen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Regelmatig en onregelmatig: de vervoeging der werkwoorden in het Fransch voor scholen met uitgebreid leerplan ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
Overigens venir geheel als tenir.
Van tenir zijn de temps primitifs:
Infinitif Présetü: tenir.
Participe présent: tenant. (Als 1® of 4« verv.)
Participe passé : tenu. (Als 4« verv.)
Ind. Prés. Sing. : je tiens, tu tiens, il tient.
Passé défini : je tins, tu tins, il tint, mus tînmes, vous tîntes,
ils tinrent.
Aile dus onregelmatig!
Bij de vorming der temps dérivés moet ge het volgende in
acht nemen:
1°. Overal, waar het werkw. in de uitspraak ÉcnZe^erj-rep«'^
wordt, verandert de en van het part. prés. in ien (met dubbele
n vóór eene stomme e).
(Op hoeveel plaatsen is dat? In hoeveel verschillende vor-
men? Waarom heeft nu het Sing. van den Ind. Prés. ien?)
2°. De Futur en de Conditionnel Présent zijn:
je tiendrai, etc. ; je tiendrais, etc. n,
(Vanwaar die d? Zie onder XXVI op blz. 48.)
Vervoeg nu tenir en venir (dit laatste volgens model VI) voluit.
Evenals tenir worden vervoegd alle met tenir samengestelde
werkwoorden, als :
appartenir (toebehooren), contenir (bevatten, inhouden), entrete-
nir (onderhouden), maintenir (handhaven), obtenir (verkrijgen;
verg. de bet. van acquérir hieronder), retenir [weerhouden;
bespreken (van plaatsen)], soutenir (staande houden, schragen,
ondersteunen), s'abstenir (zich onthouden).
Vervoeg nu mondeling appartenir, tnaintenir en obtenir.
En schriftelijk voluit, volgens model VII, s'abstenir.
Evenals venir worden vgrvoegd alle werkw. op venir, als :
devenir (worden, koppelww. en zst. ww.) convenir [overeen-
komen (met être), passen (met avoir)'], convenir de (erkennen),
disconvenir de (loochenen), intervenir (tusschen beiden komen),
parvenir à (er in slagen te), prévenir [verwittigen, waarschu-