Boekgegevens
Titel: Regelmatig en onregelmatig: de vervoeging der werkwoorden in het Fransch voor scholen met uitgebreid leerplan ...
Auteur: Thiel, L.L. van
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8268
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201899
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Werkwoorden, Vervoegingen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Regelmatig en onregelmatig: de vervoeging der werkwoorden in het Fransch voor scholen met uitgebreid leerplan ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
Vorm nu op de gewone wijze van de temps primitifs de
temps dérivés. {Futur en Cond. Prés, dus van courre).
Bestudeer nu de vervoeging van courir.
Zeg het werkwoord ordelijk op.
N.B. Courir wordt altijd met avoir vervoegd.
Evenals courir worden vervoegd de met courir samengestelde
werkwoorden, als: accourir (toesnellen; met avoir en être),
concourir (mededingen), discourir (praten, redeneeren), parcourir
(doorloopen), recourir à {— avoir recours à, zijn toevlucht ne-
men tot), secourir (bijstaan).
Vervoeg nu uit het hoofd recourir en secourir in het
Ned. en Fr.
V.
Mourir (sterven); se mourir (op sterven liggen, ster-
vende zijn).
Vervoeging als courir op drie punten na :
1". Mourir wordt met être vervoegd;
2®. Het part. passé is mort. (Vergis u daar nooit mee!);
3°. Mourir heeft in die vormen, welke in de uitspraak
eenlettergrepig zijn — behalve mort — eu in plaats van ou.
{îVelke vormen zijn dat? Op hoeveel plaatsen das Hoe-
veel verschillende vormen met eu?)
Vervoeg nu mourir voluit, volgens model VI.
Lees het een paar malen overluid.
Bestudeer het.
Zeg het uit het hoofd op.
Herhaal nu courir en mourir.
vr.
Tenir (houden); venir (komen).
Tenir wordt met avoir, venir met être vervoegd.