Boekgegevens
Titel: Regelmatig en onregelmatig: de vervoeging der werkwoorden in het Fransch voor scholen met uitgebreid leerplan ...
Auteur: Thiel, L.L. van
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8268
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201899
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Werkwoorden, Vervoegingen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Regelmatig en onregelmatig: de vervoeging der werkwoorden in het Fransch voor scholen met uitgebreid leerplan ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
hebben een uitgang, die met eene stomme e begint? Hoe worden
die vormen dus?)
Vervoeg nu aller voluit, volgens model VI.
Bestudeer die vervoeging en zeg ze uit het hoofd op.
Vertaal in 't Fransch :
Ik ben niet gegaan, zeide (dit) Marie.
Waarom zouden wij gegaan zijn?
Wij zouden gaan, mits zij ook gingen, (pourvu que + Subj.)
Wij zullen gaan, mits zij ook gaan.
Er heen gaan = y aUer.
Dit y wordt onmiddellijk voor de vormen van den Futur
en den Conditionnel Présent weggelaten.
Vertaal in 't Fransch :
Ik ga er heen. Ga jij er ook heen ? Wij zijn er heen geweest.
(vert, gegaan). Wij zijn er ook geweest. Ik zal er heen gaan.
Zidt gij er ook heen gaan?
Heengaan = weggaan is s'en aller.
Bij dit werkwoord is het tweede voornaamwoord {me, te, se,
nous, vous, se) geen complément direct, maar het wordt als
zoodanig beschoutvd. (Zie onder model VII).
Vervoeg nu s'en aller voluit {Ned. en Fr.), schriftelijk, vol-
gens model Vn.
Bedenk, dat in den Impératif toi vóór en in te, dus in t'
verandert. Daarachter geen trait d'union!
Nu nog eens ontkennend.
Daarna vragend den Indicatif en den Conditionnel.
Eindelijk vragend-ontkennend den Indicatif en den Conditionml.
Bestudeer nu s'en aller en zeg het uit het hoofd op : beves-
tigend, ontkennend, vragend en vrageixd-ontkennend.
Vertaal nu in 't Fransch:
Ga (Sing.) het hem zeggen (dire). Ga (Sing.) er tvat (n.l.
appelen : er wat = en) halen. Ga (Sing.) er heen. Ga (Sing.)
heen. Ga (Sing.) nog niet heen. Ga (Sing.) er niet heen. Mijne
zusters zijn er heen geweest (vert, gegaan). Mijne zusters zijn
4*