Boekgegevens
Titel: Regelmatig en onregelmatig: de vervoeging der werkwoorden in het Fransch voor scholen met uitgebreid leerplan ...
Auteur: Thiel, L.L. van
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8268
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201899
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Werkwoorden, Vervoegingen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Regelmatig en onregelmatig: de vervoeging der werkwoorden in het Fransch voor scholen met uitgebreid leerplan ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
De ware stam is craiil.
Laat ik u nu ook nog zeggen, dat gn, uitgesproken als in
montagne, geen twee letters zijn, maar ééne letter, die men n
mouillée (vloeiende n) noemt. (Daarom mag nooit de g op de
eene en de n op de volgende lijn staan ; de g moet met de n mee-
gaan ; die g is slechts een teeken voor de uitspraak van de n.)
De n van den stam crain wordt mouillée, als er een Minker
op volgt. {Ook de stomme e is een klinker!)
Na deze twee „opmerkingen" goed te hebben begrepen, be-
hoeft men alleen nog maar te onthouden, dat het participe
passé craint is. (Zie echter ook opm. 10, blz. 26 en 27).
Schrijf nu de temps primitifs van craindre op.
Vorm daarvan de temps dérivés.
Vervoeg nu craindre schriftelijk voluit, de tijden in geregelde
volgorde.
Bestudeer die vervoeging.
Zeg nu die vervoeging uit het hoofd op.
Evenals craindre worden vervoegd alle werkwoorden op
indre, dus die op aindre, eindre en oindre, als: plaindre (be-
klagen), se plaindre (klagen, zich beklagen), contraindre (nood-
zaken), atteindre (bereiken), éteitidre (uitdooven, blusschen),
feindre (veinzen), peindre (schilderen), dépeindre (afschilderen),
teindre [(stoffen) verven], oindre (zalven), Joindre (samenvoegen ;
joindre les mains = de handen vouwen), rejoindre (inhalen).
Vervoeg nu mondeling contraindre, atteindre en joindre.
Vervoeg schriftelijk, voluit, Ned. en Fr., volgens model VIL
se plaindre.
XXVII.
Pleuvoir (regenen).
Van dit onpersoonlijk werkwoord zijn de temps primitifs:
pleuvoir-, pleuvant; plu; il pleut; il plut.
En de temps dérivés: il pleuvra, il pleuvrait ; il pleuvait, qu'il
pleuve; qu'il plût; benevens de temps composés.
Zeg dit werkwoord nu eens op.
4