Boekgegevens
Titel: Regelmatig en onregelmatig: de vervoeging der werkwoorden in het Fransch voor scholen met uitgebreid leerplan ...
Auteur: Thiel, L.L. van
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8268
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201899
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Werkwoorden, Vervoegingen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Regelmatig en onregelmatig: de vervoeging der werkwoorden in het Fransch voor scholen met uitgebreid leerplan ...
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
5® voor den Passé défini in tis, m, ut, ïhnes, ûtes, urent;
6® voor den Futur in evrai, evraSj extra, evrons^evrez^evront;
7® voor den Conditionnel Présent in evraiSj evrais^ evrait,
evrionSy evrieZj evraieTit ;
8® voor den Impératif in ois, evons, evez;
9® voor den Subjonctif Présent in oive, oives, oivcy evions,
evieZj oivent;
10® voor den Subjonctif Imparfait in îisse, usses, ut, ussions,
ussiezy ussent,
(Lees en beantwoord nu nog eens de vragen onder model
III). Deze uitgangen komen dus achter den stam, indien men
niet oir, maar evoir als uitgang beschouwt.
Alleen die werkwoorden der 3® vervoeging, welke op evoir
uitgaan, zijn regelmatig.
Ze zijn: recemir (ontvangen), apercevoir (bemerken), s'aper-
cevoir (gewaar worden), décevoir (misleiden, teleurstellen),
concevoir (bevatten, begrijpen), percevoir (innen) en devoir
(moeten, verschuldigd zijn, te danken hebben).
In welk van deze werkwoorden komt nergens eene cédille ?
Waarom niet?
Laat van de uitgangen in het Participe présentj Indicatif
Présent Pluriel, den Indicatif Imparfait, den Impératif Pluriel
en den Subjonctif Présent van de werkwoorden der ver-
voeging ev of oiv weg en vergelijk wat er overblgft met de
uitgangen van diezelfde vormen bij de vervoeging. Wat
ziet ge dan?
Bij de 4® vervoeging' zien wij, dat de uitgang re ver-
andert :
1® voor het paHicipe présent in ant;
2® voor het participe passé in m;
3® voor den Indicatif Présent in s, s, —, ons, ez, ent;
4® voor den Indicatif Imparfait in ais, ais, ait, ions, iez,
aient;
5® voor den Passé défini in is^ is, it, tmes, Ues, irent;