Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERGELIJKING.
81
C*est ce que nous avons de
mieux. C'est quatre francs.
C'est votre dernier prix?
Ni plus ni moins; pas un sou
de plus, pas un sou de
moins. C'est à prendre ou
à laisser.
Dat zijn de beste, die we heb-
ben. De prijs is 4 franc.
Is dat uw naaste prijs?
Niets meer of minder; geen cent
meer, en geen cent minder.
Met afdingen laten we ons
niet in.
75.
Quand on est malade, le mieux
est de se coucher.
Oui, c'est ce qu'il y a de mieux
à faire.
Le plus tôt sera le mieux.
Eh bien, je ne demande pas
mieux. J'aime mieux aller
me coucher tout de suite.
Autant vaut aller se coucher.
Als men ziek is, doet men het
best naar bed te gaan.
Ja, dat is het beste, wat men
kan doen.
Hoe eer hoe beter.
Nu, ik verlang niets liever. Ik
zal maar liever dadelijk te
bed gaan. Ik kan even goed
naar bed gaan.
76.
Eh bien, comment va le malade?
Il va bien. Il va mieux. Il va
de mieux en mieux.
Qui mieux est, il va parfaite-
ment bien.
Est-ce qu'il a bonne mine?
Il n'a jamais eu meilleure mine.
Tant mieux.
C'est un bel homme. Il était
déjà très bien : mais il est
changé en mieux.
Nu, hoe gaat het met den zieke ?
Het gaat goed met hem. Hij wordt
beter. Hij wordt hoe langer
hoe beter. (Hij betert goed)
Wat nog beter is, het gaat uit-
stekend met hem.
Ziet hij er goed uit?
Hij heeft er nooit beter (zoo
goed) uitgezien.
Des te beter.
't Is een schoon man. Hij was
reeds zeer knap [van uiter-
lijk] ; maar hij is er nog knap-
per op geworden.
77.
Le malade va toujours bien? Gaat de zieke steeds vooruit?
Pas mal. II ne va pas trop mal. Dat gaat wel. Het gaat nog al
Mais il ne va pas trop bien met hem. Maar heel goed
STOKM, Fi'ansche Spreekoefeningen. 2e druk. 6