Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
96 VERGELIJKING.
71.
Voilà mon meilleur ami qui
passe.
Comment, celui-là votre meil-
leur ami ? Mais c'est un
flâneur, un débauché de la
pire espèce.
C'est une calomnie ; il n'est pas
des plus appliqués, des plus
rangés, c'est vrai; mais du
reste, c'est un charmant garçon.
Le jour où {Jam. que) j'ai fait
sa connaissance a été le plus
beau [jour] de ma vie. C'est
l'homme le plus amusant que
je connaisse ; il dit les choses
les plus drôles avec le plus
grand sérieux ; c'est à en
pouffer de rire. On n'est pas
plus amusant. Il est on ne
peut plus bon pour moi.
Vous dites: „le plus beau jour" ;
dites plutôt: „le plus triste
jour", car cet homme-là vous
entraînera dans la débauche.
Je ne me laisse pas entraîner,
allez; j'ai le caractère très
ferme, et je suis très rangé.
Je ne m'y fie pas trop. Vous
avez le caractère le plus
souple que je connaisse. Et
l'homme le plus fort ne ré-
siste pas toujours à la ten-
tation. Je voudrais vous
prier, comme votre plus vieil
ami, de rompre avec lui ; c'est
mon vœu le plus cher.
Il n'y a pas le moindre danger
et je ne romprai pas avec
mon meilleur ami.
Daar gaat mijn beste vriend
voorbij.
Wat, die man [is] je beste
vriend? Maar, 't is een leeg-
looper, een losbol van de
ergste soort.
Dat is laster; hij behoort niet
tot de ijverigste, tot de meest
oppassende menschen, dat is
waar; maar overigens is 't een
beste kerel. De dag, waarop ik
met hem kennis gemaakt heb,
is de schoonste [dag] mijns
levens geweest. Hij is de ge-
zelligste man, dien ik ken;
hij vertelt de koddigste dingen
met den grootsten ernst; 't is
om te proesten van 't lachen.
Gezelliger mensch is er niet.
Voor mij is hij allerhartelijkst.
Je zegt: „de schoonste dag";
zeg liever: „de treurigste dag",
want die man zal je tot los-
bandigheid verleiden.
O, ik laat me niet verleiden;
ik heb een zeer vast karakter,
en ben zeer soliede.
Daarop ga ik zoo vast niet. Een
meer meegaand karakter dan
jij hebt, ken ik niet. En de
sterkste mensch kan niet altijd
de verleiding weerstaan. Als
je oudste vriend zou ik je
wel willen verzoeken, allen
omgang met hem af te breken;
dat is mijn innigste wensch.
Er bestaat niet het minste gevaar,
en ik zal den omgang met mijn
besten vriend niet afbreken.