Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERGELIJKIKG.
grand que moi de toute la
tête. H est très riche; il est
beaucoup plus riche que moi.
n est plus riche que vous ne
croyez. Moi, je ne suis pas
riche ; il s'en iaut de beaucoup.
Mais les plus riches ne sont
pas toajouis les plus heureux.
Il est p>03sible qu'il soit plus riche,
mais il n'est pas si lx)n ; vous
êtes bien meilleur que lui.
Vous êtes trop bon (Trop de
bonté). Les meilleurs ne sont
pas parfaits, et je suis loin
d'être des meilleurs. Je suis
peut-être trop bon en ce que
je suis trop confiant
Voilà; plus on est bon, plus on
est confiant; plus on est mau-
vais , plus on est méfiant.
Mais les plus méfiants n'ont
pas toujours le desus. On
pèche souvent par trop de
nise; on joue au plus fin.
Bien des gens admirent cela.
On entend dire d'un tel : „Plus
fin que lui n'est pas bête."
Mais à fourbe, fourbe et demi.
Souvent trompeur est trompé.
Mieux vaut payer de bonne
monnaie que [de payer] de
fausse. Qui bien fera, bien
trouvera C'est avec de la
bonne foi qu'on va le plus
loin.
heel hoofd grooter dan ik.
Hij is zeer rijk; hij is veel
rijker dan ik. Hij is rijker
dan gij denkt. Ik ben niet
rijk; op verre na niet Maar
de rijkste [menschen] zijn
niet altijd de gelukkigste.
't Is mogelijk dat hij rijker is,
maar hij is niet zoo goed;
u is veel beter dan hij.
L' is al te goed (%-riendelijk).
De besten zijn niet volmaakt,
en ik behoor lang niet tot
de besten. Ik ben misschien
in zoover te goed, dat ik te
vol vertrouwen ben.
Dat is het juist; hoe beter men
is, des te eerder is men vol
vertrouwen; hoe slechter men
is, des te wan trouwender is
men. Maar de wantrouwendste
menschen winnen 'net daarom
niet altijd van de andere.
Men zondigt dikwijls door te
veel slimheid; men zoekt
elkaar beet te nemen. Veel
menschen \-inden dat mooi.
Men boort van dezen of genen
zeggen: „Wie hem vangen
wil, moet vroeger opstaan."
Maar er is meester (schurk)
boven meester (schurk). De
bedrieger wordt dikwijls be-
drogen. "t Is beter eerlijk dan
valsch te spelen (met echte
dan met valsche munt te be-
talen). Wie goed doet, goed
ontmoet. Eerlijk duurt het
langst.