Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
74 GESLACHT.
De oude bedelares zeide mij, dat mijn oude oom dood was;
dat was een valsch bericht. Ik heb de oude vrouw gezegd, dat
zij een leugenaarster was. Dat is niet vleiend, maar het was
de waarheid. Ik ben niet gewoon vleiende opmerkingen te
maken b).
Er is een Noorsche, een Deensche en een Zweedsche [dame]
in het hôtel [gelogeerd] en zij verstaan elkaar volkomen c).
Gisteren is er een IJslandsche aangekomen, en geen van haar
verstond ze d), wanneer ze haar moedertaal e) sprak. Gelukkig
kende ze Deensch. Er is ook nog een Hollandsche en een
Duitsche [dame]. Iedereen meent, dat die talen nauw verwant
zijn/), en dat zijn ze^); en toch verstaat de Hollandsche [dame]
geen Duitsch, en de Duitsche geen Hollandsch. Dat komt,
omdat ze uit Zuid-Duitschland «) is; indien ze uit Noord-
Duitschland/) was geweest, zou ze waarschijnlijk wat van de
Hollandsche taal verstaan hebben. Het is hiermede/è), als met
het Italiaansch en met het Spaansch. Den eersten dag verstaat
een Italiaan zeer weinig van de Spaansche taal, en een Spanjaard
zeer weinig van de Italiaansche taal, maar na verloop van /)
eenige weken, verstaan ze bijna alles. Wanneer een Spanjaard
in Portugal komt, is de taal hem eerstvreemd en lastig«),
maar weldra bespeurt o) hij, dat het eigenlijk p) dezelfde taal is
met een verschillende uitspraak.
Begrijp g) mijn vriend Piet? 't Is een schoon man en een
rijke man en nu is hij zoo maar schilder geworden r). Ja, ik
begrijp dat zeer goed; hij houdt van het schoone; hij zoekt het
schoone overal. Zijn ideaal is het schoone; hij wijdt daaraan s)
een langdurige en ernstige studie. Hij heeft eene lichte hand en
hanteert het penseel t) met veel losheid u).
Ik begrijp minder [goed] die juffrouw Duval, die schilderes,
pianiste, schrijfster, en redenaarster tegelijk is. Dat 'is geen ernst,
dat is blufw). Eigenlijk is het een bedriegster. Men moet niet
verder willen springen dan de stok lang isw), zegt het spreek-
woord. Ze heeft willen schitteren door den schijn, maar het
publiek bemerkt spoedig, dat schijn bedriegt. Ze heeft een
nieuwe poging willen doen door het schilderen van een groote
historische schilderij. Ze heeft den raad ingewonnen a;) van een
degelijk kunstschilder van middelbaren leeftijd y). Hij heeft haar
zonder omwegen 2) gezegd, dat het, ronduit gesproken aa), brod-
delwerk iii^) was. „Het is niet vleiend, maar daar u mij naar
mijn meening vraagt, zeg ik u die. Men moet geheel voor zijn