Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOORREDE. IX
ile verscliilloiide zienswijzen niet nader uiteenzetten; ik moet mij er toe
bepalen. mijne eigene meening in 't kort bloot te leggen *.
Wat wij allereerst nooiiig hebben, zijn practische methoden en leer-
boeken. Er bestaan weliswaar eene nMMiigte zoogenaamde .,]»ractische"
leerboeken^ vooral Dnitsche, van skidknstückfh . aun, olkendorff ,
<»TTO e. a.: deze zijn echter <loor linnne uit het verband gerukte, geest-
en zinlooze volzinnen en de voortdurende herhaling van dezelfde woorden
en wendingen in alle mogelijke en oinnogelijke verbindingen in werke-
lijkheid hoogst onpractisch Wat men uit zulke lioeken leert, is weinig,
en dat weinige is vaak verkeerd. In otto's boeken is de stof iets rijker,
maar ook moeielijker; de methode is eigenlijk hetzelfde. Kr staan bijv.
bij OTTO zinnen als: ia gewante neftoie la chamhre; de Franschen zeg-
gen: ia bonne fait ia clianihre — De gebruikelijke verzamelingen van
„Gesprekken" en Conversatieboeken zouden goeilen dienst kunnen doen,
ware de stof niet zoo slecht gemngschikt en oveiladen met noodeloozc
bijzonderheden en gemaakte, gezwollen en weinig voorkomende uitdruk-
kingen.
Er zijn practisciie elementaire leerboek-en noodig, met gemakkelijke,
.sarnenliangende teksten tot oefening in de beginselen der uitspraak, der
spraakleer en der phraseologie. Van den beginne af aan «lient eene
goede uitspraak behoorlijk te worden aangeleerd**. Een goede, doch niet
voldoende hfilp daartoe biedt een gemakkelijk verstaanbaar phonetisch
schrift aan, dat het zakelijke doet uitkomen en onder of naast den
tekst staat. Het uitsluitend gebruik van phonetisch schrift is mijns inziens
ten minste voor kinderen niet doeltrelVend. Bij het phonetisch schrift
helioort echter een b(^kwaam onderwijzer, van wien de leerling de juiste
klanken, <le juiste betoning «loor onmiddellijk nazeggen kan leeren.
Kr zijn gemakkelijke leesf)oeiien noodig met tamelijk lange, samen-
liangen'le stukken in de hetlendaagsche taal, het liefst gesprekken ,
kleine tooneeltjes, komediestukjes of vertellingen uit het dagelijksch
' Uitvoeriger mededeelingea over mijn standpunt ten opzichte van de hervor-
nfiingskwestie in mijne verhandeling Om en forbedret Hndervisning i levende Hprotj
in de Noorweegsche Uni verst tets- og Sfcoleannaler^ II, 161 en v., 305 en v. Christi-
ania 1887,
Vgl. Engl. Phil. I. 176.
S Ij't servante komt wel in de literatuur vaak voor; men zeyt het intusschen niet
(behalve in figuurlijken zin). Bonne is de eenige, thans gebruikelijke benaming voor
„dienstmeisje"; bonne à tout /aire „meid-ulléèn", zegt Franke, Erganzungsheft 16.
Vgl. hiermede dumas fu.s,' Croyez-vous^ qn^après avoir vècn cotnme je l'ai fait^
ff mon nge^ Je vais me mettre à vivre dans une mansarde^ à aller au ynarciié et
à compter avec la blancfiisseusc. et la bonne à.tout faire? (Princesse de Bagdad
7.) — Intusschen zegt men ook gemeenzaam fille (zooals in 't Holl. meid) of deftiger:
la domestique (Holl, de dienstbode).
" Engl, Phii. 1 l. en v.