Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
GESLACHT.
Racine à ce sujet (propos) !
Comme tu es gentille, comme
tu es charmante, petite sœur,
avec ton petit air sérieux!
Toi qui es grande, tu as beau
raisonner, le cœur te bat
comme à moi. Mais sommes-
nous folles toutes deux de
bavarder comme ça! Vite,
à la besogne!
zaak Racine aan te halen!
Wat zie je er lief en bekoorlijk
uit, zusje, met je ernstig
gezichtje!
Spot maar, je mag zeggen wat je
wilt, al ben je groot, je hart
klopt even snel als het mijne.
Maar wat zijn we beiden
toch dwaas, zoo te staan
babbelen ! Gauw aan 't werk!
55.
Cette femme-là devient grosse "
et grasse, mais les apparences
sont trompeuses. Elle n'est
pas bien forte; elle est tou-
jours fatiguée; elle a la voix
basse et enrouée; elle a une
toux sèche. Elle a un faux
air de santé, mais elle ne
fera pas de vieux os. Déjà
toute petite, toute jeune, elle
était bien chétive, bien ma-
ladive. C'est depuis qu'elle
est femme [faite] qu'elle a pris
cet embonpoint trompeur.
Elle a la peau blanche, mais
cette pâleur grasse n'est pas
bon signe (ne signifie rien de
bon Maintenant elle est
dangereusement malade.
On me l'avait bien dit, mais je
croyais que c'était une fausse
nouvelle.
Le médecin dit que ce n'est
pas grand'chose, mais j'ai
bien peur qu'il ne se trompe.
Il espère la guérir, mais c'est
un espoir trompeur*. Ou je
Die vrouw wordt dik en vet,
maar schijn bedriegt. Ze is
niet zeer sterk; ze is altijd
vermoeid; haar stem is zacht
en heesch; ze heeft een dro-
gen hoest. Ze ziet er wel
gezond uit, maar oud worden
zal ze niet. Reeds toen ze
nog heel klein en heel jong
was, was ze zeer zwak en
zeer ziekelijk. Eerst sedert
ze volwassen is, heeft ze die
bedriegelijke zwaarlijvigheid
gekregen. Ze heeft een blanke
huid, maar die dikte en
die bleekheid is geen goed
teeken (voorspelt niet veel
goeds). Ze is thans gevaarlijk
ziek.
't Was me wel verteld gewor-
den, maar ik dacht dat het
een valsch gerucht was.
De dokter zegt, dat het niet
veel te beduiden heeft, maar
ik ben erg bang, dat hij
zich vergist. Hij hoopt haar
te genezen, maar 't is een
Minder vaak en meest in hoogeren stijl: un fol espoir.