Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
GESLACHT.
59
Oh non, elle est assez longue;
tu n'es pas encore une grande
personne.
Ah ! [que *] voilà une belle robe !
Xe la salis pas au moins, pe-
tite maladroite ! — Pourquoi
restes-tu plantée là, tout d'un
coup, toute muette?
C'est que je suis inquiète ; songe
que c'est mon premier baL
Je suis heureuse, et j'ai peur.
Je ne trouverai rien à dire
à mes danseurs; ils vont me
croire une petite sotte. J'ai
pemr d'être gauche.
Du courage! tout ça n'est rien.
C'est que tu es encore
novice. Tu n'as pas comme
moi l'expérience de tout un
hiver. Ces jeunes gens ne
sont pas bien terribles ; ils
ne te mangeront pas. Beau-
coup d'entre eus sont de
jeunes tats.
C'est égal; pour une jeune per-
sonne, taire son entrée dans
ce monde nouveau, c'est une
grosse aâaire.
Oui, c'est une cérémonie très
imposante. C'est ,4'usage anti-
que et solennel", comme dit
Racine.
Quelle drôle d'idée, de citer
bent
O neen, lang genoeg; je
nog niet volwassen.
O, dat is eerst een mooie japon!
Pas op, dat je ze niet vuil
maakt, onhandig kind! —
Waarom blijf je daar zoo
in eens staan, zonder een
woord te spreken?
Omdat ik ongerust ben; bedenk
toch, dat ik voor het eerst
naar een bal ga. Ik ben blij
en toch bang ook. Ik zal niet
weten, waarover te spreken
met de heeren, die met me
dansen; ze zullen me voor
een dom (onnoozel) meisje
aanzien. Ik ben zoo bang,
onhandig te zullen wezen.
Houd maar moed! dat is niets.
Dat komt omdat je nog een
nieuweling bent. Je hebt nog
niet zooals ik de ondervinding
^-an een geheelen winter. De
jonge heeren zijn zoo ver-
schrikkelijk niet; ze zullen je
niet opeten. Er zijn verschei-
dene onbeduidende persoon-
tjes onder.
Dat neemt niet weg, dat het
een gewichtige gebeiutenis
is voor een jong meisje, die
nieuwe wereld voor het eerst
biimen te treden.
Ja, *t is een zeer indrukwek-
kende feestelijkheid, 't Is,
zooals Racine zegt, „de al-
oude en plechtige gewoonte."
Wat een idee, bij zulk een
• Qiu begint le verouderen (Passy).