Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
DEELEXD LIDWOORD. 43
Ik heb u veel [ vele dingen] te vertellen f). Is er iets nieuws ?
Neen, er is niets nieuws. Heeft u slechte berichten van uwe
familie? Neen, Goddank, ik heb niets anders dan goede. Wat is
het dan? Ik denk [er over «r)] te trouwen. Ik wil een vrouw,
kinderen, een tehuis hebben. U heeft gelijk. Ik heb het wel
bemerkt, geen rook zonder vuur. Het huwelijk is een schoone
zaak, maar geen rozen zonder doornen. Ik geloof, dat er zijn
zonder doornen. Ik geloof er een gevonden te hebben. Daar
wensch ik u geluk mede^). Veel complimenten bij u thuis.
Kent u Paul ? Wat voor iemand K) is hij ? Hij heeft zijn goede
zijden, maar hij heeft ook groote gebreken/); hij heeft meer on-
deugden dan deugden. Hij zegt altijd wat goeds van u en u
spreekt [= zegt] altijd kwaad van hem. Nu, er is iets goeds en
iets slechts in alle menschen, maar ik geloof, dat u hem on-
recht doet. U heeft misschien gelijk. Er is wel wat aan van
't geen u zegt.
Wat voor weer is het vandaag? Is het mooi weer? Neen, het
is slecht weer. Dat spijt me. Het regent. Het is winderig. Xa
regen komt zonneschijn. We zullen mooi weer krijgen. Dat doet
me genoegen. Laten we een kleine wandeling k) gaan doen. Ik
ben koud, ik heb /) wat beweging/w) noodig. De zon schijnt;
het is warm. Ik heb het warm. Dat doet goed. De wandeling
heeft mij trek doen krijgen ri). Ik heb honger en dorst. Ik heb
geen honger. Ik heb honger noch dorst. Laten we aan tafel gaan;
daar staat koud vleesch, ham, doperwten en uitstekende wijn.
Hier staan allerlei lekkernijen o). Ik begin trek te krijgen />).
Goed zoo!
Kent u Fransch? Spreekt u Fransch? Ik ken een beetje
Fransch, maar niet veel. Ik heb nog niet veel lessen genomen.
Er is tijd en geduld noodig. Er is aandacht en goede wil noodig.
a) Fijn, yf« (achter het zelfst. n.w.^. i) geen, pas. f) verbazend
veel, énormément de. d) verdienen, gagner. e wordt niet vertaald.
•f ! vertellen, hier : dire. g) Ik wensch u er geluk mede, je vous en
félicite. h) wat voor iemand, qtul homme 'quelle espèce d'homme),
tj het gebrek, le défaut. i) eene wandeling, un tour [de promenade^.
Ij ik heb noodig, il me faut. ni) de beweging, le mouvement,
n) doen krijgen, donner. o) lekkernijen = goede dingen, tij krij-
gen , me sentir.